Zij-instromers bouw:

Bouwmensen, het opleidingsbedrijf van en voor bouwbedrijven in Apeldoorn en omgeving, stelt zich ten doel voldoende instroom van arbeidskrachten voor zijn leden te genereren. Het vmbo is daarbij hofleverancier, maar de laatste jaren worden met succes ook zij-instromers gericht klaargestoomd voor een carrièreswitch. En bouwbedrijven zeggen volmondig ja tegen hen.

Dat stelt Martien van Reen, manager van Bouwmensen, die al in 2013 de vervangingsvraag en verwachte groei bij regionale bouwbedrijven onderzocht. “Daaruit bleek dat we jaarlijks 30 tot 35 mensen extra moesten opleiden. In eerste instantie hebben we bij vmbo-scholen gekeken wat we daar vandaan konden krijgen. Die opleiding bleek veralgemeniseerd: het vak in de bouw was niet meer zichtbaar.”

Vanuit de gedachte dat de conjunctuur na elke crisis ook weer een keer omhoog gaat, bouwde Van Reen daarom verder op zijn eerdere ervaring met zij-instromers. “De zij-instromers van voor de crisis bleken de recessie te hebben overleefd dankzij hun goede opleiding en intrinsieke motivatie. De bouw is voor hen een hele bewuste keuze en ze zijn enorm leergierig en nieuwsgierig. Bouwbedrijven willen hen dan ook graag behouden.” Conclusie was wel dat de aantallen bouwmensen onvoldoende waren om aan de vervangingsvraag te voldoen, laat staan een productieverhoging op te vangen. En dus sloot Van Reen in 2016 een overeenkomst met UWV (landelijk) en de gemeente Apeldoorn voor een leer-werkomgeving voor zij-instromers. “Zo zetten we in op meerdere sporen en dat loopt nu heel erg goed.”

Taal voor de bouw
Veel mensen blijken belangstelling te hebben voor de bouw, van vmbo- tot hbo-niveau. “Ze willen graag iets maken, praktisch bezig zijn triggert hen. We bieden hun een vooropleiding tot timmerman, metselaar of tegelzetter en daarna maatwerk dat aansluit bij hun wensen”, aldus Van Reen, die samen met collega Herman Rouwenhorst (oud-docent Nederlands en oud-bassischoolleraar) het boek ‘Taal voor de bouw’ uitbracht, een praktijkwerkboek met woorden en begrippen voor de bouwvakker. “Zij-instromers uit de bijstand, de WW, werk-naar-werktrajecten en statushouders hebben geen idee van de taal in de bouw en hoe onderdelen of machines heten. En dan spreken de collega’s op de bouw vaak ook nog dialect. Daarom heb ik geïnvesteerd in een taaldocent op de werkplaats die uitleg geeft over dat soort zaken.”

Want hoewel het vmbo zonder meer hofleverancier is voor de bouw, zijn zij-instromers hard nodig om te voldoen aan de vraag van leden van Bouwmensen. “Dus had de bouw een injectie nodig om de kloof tussen vraag en aanbod van arbeidskrachten te dichten”, vertelt Van Reen. “Daar rolde onder meer dat boek voor zij-instromers uit en die aanpak blijkt te werken: onderzoek laat zien dat de misfit tussen vraag en aanbod in deze regio 10 procent bedraagt, waar die in andere regio’s soms wel 50 procent is.” Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland dat het boek sponsorde, overhandigde het eerste exemplaar van ‘Taal voor de bouw’ aan staatssecretaris Van Ark. Inmiddels beleeft het boek zijn tweede druk.

Aansluiting realiseren
Nieuwe Nederlanders vormen een van de doelgroepen die baat hebben bij een contextrijke leeromgeving met aandacht voor de praktijk en dialoog. “Soms krijgen we feedback van de bouwplaats dat statushouders niet-begrijpend kijken als hun gevraagd wordt een ‘sliepertie’ uit de bus te halen. Logisch, want weet maar eens dat je dan de haakse slijper moet hebben”, lacht Van Reen. “En daarnaast leren ze ook zaken over de Nederlandse cultuur, gebruiken en goede omgangsvormen, bijvoorbeeld hoe ze op een nette manier vrij kunnen vragen. Het grappige is dat ze nu soms zelf dialect spreken.”

En niet alleen met zij-instromers, die doorgaans ouder zijn, is het wennen over en weer. Dat geldt ook voor de jeugd van tegenwoordig, de generatie Z die met internet is grootgebracht en daardoor een heel andere werkbeleving heeft dan hun oudere collega’s op de bouw. “Vroeger was de meester de vakinhoudsdeskundige, tegenwoordig leren jongeren op school heel snel opzoeken hoe ze een onderdeel moeten verwerken. Daardoor zijn ze een stuk mondiger dan tien jaar geleden. Dat maakt de aansluiting met de zittende werknemers soms lastig”, verklaart Van Reen. Vandaar dat Bouwmensen cursussen heeft opgezet om leermeesters te leren hoe de jeugd denkt, doet en handelt. “Zo merken ze dat de jeugd op een andere manier vakkennis tot zich neemt en een andere bagage meekrijgt dan zijzelf destijds.”

Die aansluiting wordt steeds belangrijker, nu niet langer de werkgever zijn werknemers kiest, maar eerder een medewerker bepaalt waar hij wil werken. “Dan gaat het erom wat iemand kan leren bij een bedrijf, maar ook of hij het gevoel krijgt erbij te horen. Plus een stukje autonomie, waarbij iemand zich in kleine stapjes verder kan ontwikkelen en dat de werkgever hem daar ook in waardeert”, stelt Van Reen. “Dan ontdek je dat de generatie Z die gekozen heeft voor de bouw en zich ermee verbonden voelt, niet maar zo kwijt bent. 90 procent van hen wil een reguliere mbo-opleiding gaan volgen. Ze zijn zo gemotiveerd dat ze ook het diploma willen halen. Dat heeft me positief verrast.”

 

- Advertentie -