Begin december 2016 werden de resultaten van het onderzoek ‘De kracht van Oost-Nederland’ in Zwolle aangeboden aan minister Kamp van Economische Zaken. De provincies Gelderland en Overijssel gaven gezamenlijk opdracht voor de fundamentele economisch-geografische analyse van Oost-Nederland door zes gezaghebbende wetenschappers op het gebied van economie, economische en sociale geografie en bestuurskunde. Toen zat de stemming er goed in!

Inmiddels zijn we bijna drie jaar verder en werd op 27 mei het Gelderse Coalitieakkoord ‘Samen voor Gelderland’ voor de bestuursperiode 2019 – 2023 gepresenteerd. En twee weken later op 11 juni volgde de presentatie van het Overijsselse Coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan Overijssel’.

Zowel Gelderland als Overijssel zijn rijk aan cultuurhistorie, natuur en landschappen en daar terecht trots op. De een vindt zich de mooiste provincie en het echte groene hart van Nederland, terwijl de ander bekend staat als de ‘Tuin van Nederland’ of het ‘Toscane van Nederland’ (zoals de SER Overijssel in een van haar adviezen schreef). Er wordt niet alleen gewerkt aan de vitaliteit van het landelijk gebied, maar ook aan uitdagingen zoals natuurinclusieve landbouw, sluiting van agro/food-kringlopen en vergroting van de biodiversiteit in de natuur.

Beide provincies willen de leefomgeving gezonder en veiliger maken, zodat het aantrekkelijk is en blijft om er te wonen, te werken en te recreëren. De omgevingskwaliteit, cultuurhistorie (o.a. Hanze), het culturele aanbod en de beeldbepalende evenementen worden steeds belangrijker voor de vrijetijdseconomie en het trekken van (internationale) bezoekers.

Gelderland en Overijssel zetten stevig in op een robuuste en toekomstbestendige economie, waarbij kennis(infrastructuur) en innovatie de sleutelwoorden zijn. Duurzame mobiliteit tussen steden en regio’s en transport via weg, spoor en water staan stevig op de provinciale agenda’s. Evenals de intensivering van grensoverschrijdende samenwerking waaronder grensinfopunten, grensoverschrijdende arbeidsmarkt, diploma-erkenning en Duitstalig onderwijs. Gelijktijdig zijn er grote uitdagingen vanwege het tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten en de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Terwijl Overijssel van oudsher de provincie is van het noaberschap, introduceerde Gelderland het nieuwe noaberschap.

Beide provincies maken werk van de CO2-reductie en de energietransitie. In hun Regionale Energiestrategieën gaat het enerzijds om energiebesparing en anderzijds om de omschakeling naar nieuwe energiebronnen, energielandschappen en energie-infrastructuur. Daarbij worden initiatieven van burgers en bedrijven op het gebied van klimaat en energie gestimuleerd.

Gelukkig zijn het niet alleen mooie woorden. Er is wel degelijk ruimte voor echte daden. Zo doet Gelderland met ruim twee miljoen inwoners een extra investeringsimpuls van 650 miljoen euro en Overijssel (bijna 1,2 miljoen inwoners) een extra impuls van 305 miljoen euro. Boter bij de vis in Oost-Nederland!

Het zou goed zijn om vijf jaar na ‘De kracht van Oost-Nederland’ en halverwege deze coalitieperiode nogmaals een gezamenlijke fundamentele economisch-geografische analyse te maken om te meten in hoeverre de coalitieprogramma’s effectief zijn gebleken. Onder de motto’s: ‘Je ziet het pas als je het door hebt’ en ‘Samen verder bouwen aan Oost-Nederland’.

- Advertentie -