Project Industriele Robotica (IR)

Om toekomstige en huidige werknemers goed voor te bereiden op de toekomst van ‘Smart Industry’ is in de regio’s Noord-Veluwe en Zwolle het project Industriële Robotica (IR) van start gegaan. Het is een samenwerking van ondernemers, onderwijsinstellingen, de overheid en ondersteunende organisaties.

De ontwikkelingen van de Smart Industry vereisen veranderingen in zowel productieprocessen als in arbeidsprocessen. Vakmensen moeten beschikken over actuele technische kennis en over de benodigde vaardigheden om flexibel en in teamverband te kunnen werken. Daarom zorgen de samenwerkende partijen voor opleidingen die gericht zijn op de toekomst van de industriële robotica. Op vmbo-, mbo- en op hbo-niveau. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap ondersteunt het project met een subsidie van 1,5 miljoen euro. Dat is dertig procent van de totale investering.

De eerste lichting mbo-studenten
Jolanda ten Napel is projectleider IR bij het Deltion College in Zwolle. “Vanuit onze mbo-opleidingen ontwikkelen wij een keuzedeel voor robotica dat uit 200 lesuren bestaat,” vertelt ze. “Een keuzedeel is vrij nieuw op het mbo. Leerlingen kunnen naast hun vaste vakken een aantal modules kiezen, waaronder straks robotica. Die module ontwikkelen we samen met Landstede MBO in Zwolle en Harderwijk. In februari 2019 starten we met de eerste lichting studenten.”

Aanvulling op de hoofdstudie
Hogeschool Windesheim in Zwolle geeft de hbo-studenten de mogelijkheid om als aanvulling op de hoofdstudie (major) te kiezen voor de minor ‘Industrial Automation & Robotics’ die een half jaar duurt. Aart Schoonderbeek, kwartiermaker lectoraat Industriële Automatisering & Robotica, is daarnaast bezig met het opzetten van een tweejarige ‘Ad-opleiding’ Industriële Automatisering en Robotica. De afkorting Ad staat voor Associate degree, een praktijkgerichte studie tussen mbo- en hbo-niveau.

Behoefte in de markt
Rik Grasmeijer is projectleider bij de Stichting Fieldlab Industrial Robots. Een fieldlab is een praktijkomgeving waar bedrijven en kennisinstellingen samen doelgericht Smart Industry-oplossingen ontwikkelen, testen en implementeren. Het fieldlab van de stichting is gevestigd bij AWL-Techniek in Harderwijk. “Tot nu toe bestond het landschap van opleidingen op het gebied van robotica uit cursussen, georganiseerd door de fabrikanten van robots,” legt hij uit. “Die cursussen zijn gericht op het bedienen en programmeren van een specifiek apparaat. Oftewel het doorgronden van de gebruiksaanwijzing. Maar daarmee doet de robot nog niet wat een bedrijf nodig heeft. Deze cursussen zijn interessant voor mensen die de processen al kennen. De behoefte in de markt is veel groter. Vandaar dat we met de diverse partners het initiatief hebben genomen om robotisering structureel in lesprogramma’s op te nemen. Bij de studenten gaat het om het bredere perspectief. Het gaat niet om de inzet van robots voor een enkel proces, maar om het gebruik daarvan voor uiteenlopende vakdisciplines.”

Jolanda ten Napel:

‘In de maakindustrie worden
steeds meer robots toegepast’

Rik Grasmeijer:

 ‘Het gaat niet om de inzet van robots voor een enkel proces, maar om het gebruik daarvan voor uiteenlopende vakdisciplines’

Schreeuwend tekort
“In de maakindustrie worden steeds meer robots toegepast,” vult Jolanda ten Napel aan. “Maar er worden nog weinig mensen opgeleid om de robots te bedienen, te onderhouden, te ontwerpen en te bedenken. Er is dus een schreeuwend tekort aan mensen met roboticakennis op alle niveaus. Niet voor niets hebben bedrijven het initiatief genomen voor dit samenwerkingsprogramma. Op basis van hun inbreng hebben we het lesprogramma ingericht. Het betrokken bedrijfsnetwerk denkt continu actief mee over de inhoud.”

Aart Schoonderbeek: “Een robot is gewoon een product dat een ondernemer aanschaft. De fabrikant leert hoe je zo’n apparaat aan de praat krijgt. Dat is echt niet genoeg, want tal van aspecten hebben invloed het bedrijfsproces. De robot moet zeven dagen per week, vierentwintig uren per dag functioneren en de gewenste kwaliteit afleveren. Om dat voor elkaar te krijgen, heb je kennis en inzicht nodig over de randapparatuur, de eisen aan de materialen, de logistiek, de veiligheid… en noem maar op.”

Vier profielen
“Uit de contacten met het bedrijfsleven bleek duidelijk de behoefte aan vier verschillende profielen, oftewel vier verschillende niveaus,” zegt Rik Grasmeijer. “Het eerste profiel is dat van de ‘robotic coördinator’, op mbo-niveau 4. Daar ligt het accent op het productievermogen van de robot. Inclusief het onderhoud, het verbeteren van de productie en het doorvoeren van productwijzigingen.
Het volgende niveau is de ‘robot technician’. Dat leert studenten om robots te programmeren. Het derde is de ‘robotic engineer’ en het vierde profiel de robotic system engineer, waarbij de nadruk ligt op het inrichten van complete robotiseringssystemen.”

De deskundigen
Jolanda ten Napel: “Het is overduidelijk dat bedrijven op dit moment geen goed opgeleid personeel kunnen vinden op dit gebied. We verwachten dat de studenten die een van de genoemde opleidingen gevolgd hebben, straks degenen zijn met de meeste kennis van robotica binnen de productiebedrijven op de Noord-Veluwe en binnen de regio Zwolle. Ongeacht of het gaat om innovatieve organisaties of om bedrijven die een robotarm hebben aangeschaft, maar niet zo goed weten hoe ze die zo efficiënt mogelijk in kunnen zetten.”

Noodzaak
De belangstelling voor de minor van Windesheim is groot. Aart Schoonderbeek legt uit dat de studenten op de hogeschool lessen krijgen en voor een bepaalde tijd bij een bedrijf actief zijn voor een roboticaopdracht. “Aanvankelijk maakten we ons zorgen of we wel genoeg van die opdrachten konden krijgen. Dat was onterecht. Momenteel zijn er zelfs meer opdrachten dan studenten.”

Aart Schoonderbeek:

‘De ontwikkelingen gaan namelijk razendsnel. Daarom is het contact met het bedrijfsleven cruciaal.’

Standaard in het lespakket
Jolanda ten Napel: “Wij gaan op mbo-niveau in februari 2019 van start. We hebben een maximum aan het aantal inschrijvingen gesteld. De reden daarvoor is dat we nog beperkt zijn in het aantal robots dat we tot onze beschikking hebben. Desalniettemin zal het gaan om aanzienlijke aantallen van studenten. Elke periode van tien weken start er een nieuwe groep van zestien jongens en meisjes. In de nabije toekomst verwachten we dat we meer robots in kunnen zetten en dan kunnen nog meer studenten zich aanmelden.”
Rik Grasmeijer: “Want uiteindelijk willen we bereiken dat er op de arbeidsmarkt veel meer mensen actief zijn met kennis van industriële robotisering.”
Jolanda ten Napel: “En dat het vak robotisering standaard in het onderwijscurriculum wordt opgenomen. Als samenwerkingsverband willen we ons verder ontwikkelen in het lesgeven in robotica.”

Daarbij is het volgens Aart Schoonderbeek een uitdaging om voldoende geschikte docenten te vinden. “Essentieel is ook dat ze hun kennis op peil houden. De ontwikkelingen gaan namelijk razendsnel. Daarom is het contact met het bedrijfsleven cruciaal. Het mooie van dit onderwijsproject is dat ondernemers het initiatief hebben genomen. Het bedrijfsleven is naar de onderwijsinstellingen gegaan met de vraag naar opleidingen voor industriële robotica. Dat geeft ook meteen de noodzaak aan.”

“Op termijn,” zegt Rik Grasmeijer, “willen we het scholingsprogramma niet uitsluitend als dagopleiding aanbieden. Het is de bedoeling dat mensen die al in de techniek werkzaam zijn ook gebruik kunnen maken van het aanbod.”

Samenwerkende partijen
Vanuit het onderwijs: Landstede MBO Harderwijk en Zwolle; Deltion College, Zwolle; Hogeschool Windesheim, Zwolle en Morgen College, Harderwijk.

Vanuit het bedrijfsleven: Altrex Zwolle, AWL-Techniek Harderwijk, GOMA Hengelo, IJssel Technologie Zwolle, Kinkelder B.V. Zevenaar, Nefit Deventer; VMI Group Epe en Wivé Techniek Nunspeet.

Het project wordt ondersteund door FME (ondernemingsorganisatie voor de technologische industrie), opleidingsfonds A+O Metalektro en de provincies Gelderland en Overijssel.

- Advertentie -