Nederland is al eeuwenlang een vooraanstaand internationaal handelsland. De wereldwijde roem en rijkdom in de Hanzetijd en later in de Gouden (VOC) Eeuw en de huidige positie als handelsnatie getuigen daarvan. Wereldwijd gezien is de Nederlandse productie goed voor minder dan 1 %, maar onze handel is goed voor meer dan 3 %. De Nederlandse handel bestaat voor ongeveer de helft uit de doorvoer van elders geproduceerde goederen, en voor ongeveer 20% uit landbouwproducten en voedingsmiddelen. Nederland staat na de Verenigde Staten zelfs op de tweede plaats wereldwijd als het gaat om de export van agri en food, en deze export is goed voor 2,1 miljoen banen. De bilaterale handel tussen Nederland en Duitsland en vice versa neemt een bijzondere plaats in. Deze was in 2018 ruim 5% hoger dan in 2017 en bedroeg in totaal maar liefste e191 miljard.

Onze economie en de positie als handelsnatie worden in sterke mate bepaald door internationale ontwikkelingen zoals economische schommelingen (hoogconjunctuur en laagconjunctuur), globalisering, informatisering (en elektronische handel), (handels)oorlogen, (politieke) boycots, sancties en protectionisme. Maar ook de val van de Berlijnse muur in 1989, die het einde van de koude oorlog inluidde, en die ook het startsein was voor de snelle uitbreiding van de Europese Unie en meer economische stabiliteit en één munt.

Maar onze economie en de positie als handelsnatie worden in toenemende mate bepaald door nationale ontwikkelingen zoals de bouwimpasse na de stikstofuitspraak van de Raad van State en door problemen zoals die rondom de pulsvisserij en PFAS-verontreinigingen. Maar ook door ontevreden burgers in gele hesjes, klimaatstakers en actievoerders tegen windparken. En niet te vergeten de georganiseerde boze boeren, bouwers en onderwijsstakers. En dan gooit Nederland ook nog eens met modder als het gaat om de EU-rekening en de Nederlandse bijdrage. Over economische stabiliteit gesproken!

In 2003 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het betekenisvolle rapport ‘Nederland Handelsland, het perspectief van de transactiekosten’. In dit rapport wordt de internationale handel benaderd vanuit de transactiekosten, waarbij het accent niet zozeer ligt op de productie van goederen, maar vooral op het verlagen van de kosten van de handel.

De WRR pleitte voor andere accenten en de onderkenning van de voorname rol van de transactiekostenbenadering in het Nederlandse handelsbeleid en de handel. Bijna vijftig jaar na het rapport van de Club van Rome (1972) loopt Nederland met 17,3 miljoen inwoners langzaam maar zeker tegen de grenzen van de ruimtelijke mogelijkheden en de economische groei aan. Wanneer de bevolkingsgroei stabiliseert, is er nog steeds groei mogelijk door kennisontwikkeling en technologische innovatie.

om een integrale visie en een innovatieve aanpak. Met kringlooplandbouw, circulaire economie en een deltaplan voor biodiversiteit is een betere balans tussen economie en ecologie mogelijk. Wageningen Universiteit & Research, die vorig jaar 100 jaar bestond, heeft topexpertise in huis op het gebied van ‘earth’, ‘life’ en ‘food’. Volgens toonaangevende ranglijsten van universiteiten is Wageningen de beste landbouwuniversiteit te wereld. En volgens Nederlandse studenten is Wageningen ook in 2019 de beste Nederlandse universiteit, en dit al 14 jaar op rij.

De tijd lijkt rijp om minder accent te leggen op de productie van goederen, en meer op de export van topkennis en de verlaging van de transactiekosten. Dan kan Nederland haar handelspositie met Duitsland, in Europa en wereldwijd handhaven en verder verbeteren. En dan maakt het kleine Nederland van de (ruimte)nood een deugd en blijft Nederland Handelsland in transitie!

- Advertentie -