Nul-op-de-meter woningen, heel Nederland elektrisch, van het gas af en nu is waterstof de nieuwe trend. Het beleid van de overheid is wispelturig, waarbij de oorspronkelijke doelstelling – CO2-reductie – op de achtergrond raakt. Wat dat betreft kan de coronacrisis, die economisch veel schade aanricht, wel eens een ‘blessing in disguise’ blijken te zijn. “Als betaalbaarheid belangrijker wordt, zal er veel rationeler met de energietransitie worden omgegaan. Niet meer leuke ideetjes uitproberen en miljoenen verbranden, maar doordachte keuzes maken.”

TEKST: WILMA SCHREIBER FOTOGRAFIE: EVERT VAN DE WORP

Aan het woord is Marco Bijkerk, manager Innovative Technologies bij Remeha in Apeldoorn en auteur van het boek ‘Help de energietransitie’. Remeha is onderdeel van de BDR Thermea Group, die internationaal verwarmings- en sanitair warmwatersystemen produceert en distribueert en daaraan gerelateerde diensten levert. Het zijn enerverende tijden voor de installatiebranche, die te maken heeft met allerlei milieuwet- en regelgeving als gevolg van klimaatverandering. “Dit betekent dat ondernemers hun bedrijf op een andere manier moeten inrichten en dat er voor het personeel veel zaken veranderen. Er komt veel nieuwe techniek bij, je moet je personeel scholen om het niveau vast te houden en de service erachter te organiseren”, aldus Bijkerk. “Tegelijkertijd vraagt de samenleving steeds meer andere installaties, nieuwe apparaten, die ook fysiek gemaakt moeten worden. Ook daar zijn technici voor nodig.”

Eigen visie
Remeha zelf wil niet meegaan met allerlei modegrillen in de zoektocht naar een oplossing voor klimaatverandering, maar een eigen visie voor de langere termijn ontwikkelen en daar het bedrijf op instellen. “Nu wordt stelselmatig het energieverbruik van de consument centraal gesteld: wij moeten elektrisch rijden, zonnepanelen plaatsen en geen vlees meer eten. Alle communicatie is daar op gericht”, stelt Bijkerk. “Maar daar los je het probleem niet mee op. CO2 ontstaat bij de bron: gebruik je steenkool om elektriciteit op te wekken, dan krijg je veel CO2. We zullen schone bronnen voor duurzame energie moeten ontwikkelen. Dan gaat de energieprijs omhoog, waardoor de energierekening van de consument stijgt. Dat betekent dat we andere producten moeten aanbieden, waarmee consumenten en bedrijven op energiekosten kunnen besparen.”

De schone bronnen waar Bijkerk op doelt, zijn bijvoorbeeld zonlicht en wind. Afhankelijk van die schone bron kan duurzaamheid worden bereikt. De keuze voor een warmte-, elektriciteits- of warmtenet als slechts de transportsystemen is niet meer relevant. “Wel is het nodig een maatschappelijke discussie te voeren over kernenergie: willen we dit? Zo niet, dan zijn er heel veel meer zon- en windinstallaties nodig. Kernenergie is mooi schoon qua CO2, maar blijft als optie ongenoemd”, zegt hij. “Punt is dat we momenteel elektriciteit uit duurzame bronnen niet voor langere tijd kunnen opslaan. De huidige accu’s kunnen slechts kleine hoeveelheden elektriciteit voor korte perioden bewaren.”

Goede rendementen
In dat licht wijst Bijkerk op een bestaande technologie om elektriciteit om te zetten in moleculen, waardoor gas ontstaat. Dit biedt de mogelijkheid om duurzame energie te gebruiken voor de productie van gas, met alle voordelen van dien. “Gas kunnen we goed en in grote hoeveelheden opslaan, en het transportnetwerk ligt er al. Dat we deze optie nog niet benutten, is vanwege onbekendheid met deze technologie en doordat ons jarenlang is ingeprent dat stroom schoon is en dat we zon en wind moeten gebruiken voor woningen”, stelt hij. “De genoemde techniek is beschikbaar en heeft bewezen goede rendementen van 80% – twee keer zo hoog als elektriciteitscentrales. Het is alleen nog niet op grote schaal toegepast.” Hiervoor zijn partijen nodig om die techniek verder te ontwikkelen en te investeren in een fabriek die duurzame energie kan omzetten in gas. “Voorwaarde is verder dat bedrijven dit gas tegen een goede prijs kwijt kunnen. Daarvoor is support van de overheid nodig in de vorm van stabiel beleid en informatie en communicatie richting gebruikers.”

Tot slot pleit Bijkerk voor een bredere blik, waarbij de energieproblematiek wordt verbonden met de industrie om tot effectieve oplossingen te komen. “Als Remeha zijn wij actief in zo’n tachtig landen, wat ons inzicht geeft in verschillende situaties en bijbehorende behoeften. Neem zonnepanelen. Het is toch merkwaardig dat we hier pv-panelen in het weiland leggen en zo vruchtbare grond bedekken, terwijl in de woestijn met diezelfde panelen een drie keer zo hoog rendement te behalen is? Als we elektriciteit kunnen omzetten in gas en zo kunnen transporteren, wordt die woestijn ineens een optie. Want je kunt beter een paar vierkante kilometer woestijn die niemand tot nut is omvormen tot een elektriciteitscentrale in plaats van zo’n centrale neerzetten in het volle West-Europa. Voeding, schoon waterbeheer, energietransitie, landschapsbeheer – het hangt allemaal met elkaar samen.”

- Advertentie -