Gelukkig blijkt de Nederlandse economie zich verrassend goed te ontwikkelen na anderhalf jaar met een pandemie en lockdowns. Maar de mondiale COVID-19 gevaren voor mens, maatschappij en economie zijn nog geenszins geweken. Daarbij komt dat het Intergovernmental Panel for Climate Change (IPCC) de wereld op 9 augustus wakker heeft geschud met het zesde wetenschappelijke klimaatrapport. Daaruit blijkt dat de opwarming van de aarde onvermijdelijk is en veel sneller gaat dat gedacht. Bij lezing van het IPCC-rapport doemen al snel klimaatfilms op, waarin de mensheid wordt geconfronteerd met allesverwoestende klimaatrampen, mondiale chaos en anarchie, en een enkele overlevende. Of de titel van de oorlogsfilm ‘Apocalypse Now’ (1979), die handelt over goed en kwaad, menselijke zelfoverschatting en zelfontdekking.

Bij de uitreiking van de Jan Terlouw Innovatieprijs van de Stichting kiEMT enkele jaren geleden zei Jan Terlouw: “We zullen in de eerste helft van deze eeuw moeten leren duurzaam te handelen. Daar is een gezamenlijke inspanning van wetenschap, bedrijfsleven, consumenten en politiek voor nodig.“ En tijdens de eerste Deventer Jan Terlouw-lezing op 15 december 2017 in Deventer zei hij: “We kunnen niet langer wachten.” De IPCC wake-up call bevestigt zijn oproep. We kunnen niet meer wegkijken en de verantwoordelijkheid afwentelen op onze kinderen.

Overigens waren de eerste vijf PICC-rapporten ook wake-up calls, die veel losmaakten. Maar na de allereerste schrik en grote woorden van bezorgde politici is de algemene ervaring dat die snel weer overgaan tot de orde van alledag. Dan worden de beelden van smeltende gletsjers, ijsberen zonder ijsberg, megabosbranden, tornado’s, tsunami’s en de overstromingen in Limburg snel weer verdrongen en vergeten. Bijna een halve eeuw na het rapport ‘Limits to Growth’ (1972) van Club van Rome heerst bij velen nog steeds het algemene gevoel dat het allemaal zo’n vaart niet loopt en dat het hun tijd wel zal duren. De mens vergeet vaak (te) snel!

Tien jaar geleden las ik een interessant artikel, waarin de effectiviteit van de overheid en het bedrijfsleven met elkaar werden vergeleken. Daarin werd gesteld dat het bedrijfsleven achtmaal effectiever is in de aanpak van (grote) problemen. Nu lijkt mij achtmaal enigszins overdreven, maar de stelling als zodanig dwingt wel tot nadenken als het gaat over de aanpak van de huidige klimaatcrisis. En de stelling past ook bij de opvatting dat het bedrijfsleven veel meer het verschil kan maken dan de overheid en de politiek, die wel goed zijn in polderen over het klimaat.

Terwijl de overheid en de politiek kunnen zorgen voor een goed vestigingsklimaat, kunnen bedrijven zorgen voor een beter mondiaal klimaat om ook zelf niet letterlijk en figuurlijk onder water te komen staan. Bedrijven kunnen het verschil maken door sociaal maatschappelijk te ondernemen, door te vergroenen en te verduurzamen, door over te schakelen op schone(re) productieprocessen, door minder grondstoffen en energie te verspillen, door duurzame producten met een lagere CO2-footprint te maken, door afvalstoffen te hergebruiken, en – last but not least – door normaal belasting te betalen. Bedrijven hebben sinds de industriële revolutie niet alleen bijgedragen aan de positie van hun aandeelhouders, maar ook aan economische groei en het welzijn van hun medewerkers. En een effectieve aanpak van de klimaatcrisis door het bedrijfsleven zou de geweldige katalysator (kunnen) zijn voor een duurzame ontwikkeling en brede welvaart voor eenieder niet alleen hier en nu, maar ook later (toekomstige welvaart) en elders (impact van nationale welvaart op andere landen).

Natuurlijk zijn ook de overheid en de politiek hard nodig om de klimaatcrisis snel en voortvarend te kunnen aanpakken. Hopelijk krijgen de klimaatverandering en -beleid een prominente rol in het nieuwe regeerakkoord. Hopelijk zijn de politieke partijen het snel eens op dit punt zonder al teveel geneuzel en zonder het onderwerp al te zeer te politiseren. De overheid en de politiek zijn bij uitstek ook de partijen, die kunnen zorgen voor een gezamenlijke internationale aanpak. Een aanpak, die dan veel verder gaat dan de afzonderlijke posities en belangen van landen, mede gebaseerd op de harde lessen van de coronapandemie. Voor zowel COVID-19 als klimaat geldt immers in principe: Act or Die.

- Advertentie -