Acht Noord-Veluwse gemeenten hebben overeenstemming bereikt over het Regionaal Programma Werklocaties Noord-Veluwe. Het gaat om de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten. In het programma beschrijven de gemeenten hoe ze de komende jaren de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio en in hun gemeenten zien.

Acht Noord-Veluwse gemeenten hebben overeenstemming bereikt over het Regionaal Programma Werklocaties Noord-Veluwe. Het gaat om de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten. In het programma beschrijven de gemeenten hoe ze de komende jaren de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio en in hun gemeenten zien.

Waarom is een regionaal programma werklocaties nodig?
“Het is sowieso nodig om vraag en aanbod op een goede manier op elkaar af te stemmen,” zegt Gert van den Berg. Hij is wethouder in Nunspeet en coördineert regionaal economie “We willen in de regio oog houden op de kwaliteit van de bestaande en de toekomstige terreinen.”

Hoe staan de bedrijventerreinen op de Noord-Veluwe er op dit moment voor?
“Redelijk goed,” antwoordt Piet Vermeer, bedrijfscontactfunctionaris bij de gemeente Putten. “Ook qua duurzaamheid wordt er hard gewerkt om de terreinen aan de eigentijdse eisen te laten voldoen. In het westelijke deel van het gebied zijn in Ermelo en Harderwijk de meeste vierkante meters uitgegeven. In Putten is nog sprake van een verouderd terrein waar het een en ander aan moet gebeuren. Daarnaast is Putten bezig met de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein.”

“In de periode voor de recessie stond er in de regio behoorlijk veel in de planning,” vertelt Gerrit Marskamp, programmamanager sociaaleconomische ontwikkeling Noord-Veluwe. “Rond 2015 maakte de provincie Gelderland ons duidelijk dat we teveel hectares in de planfase hadden. Maar met het aantrekken van de economie konden de gemeenten snel inspelen op ‘uit voorraad leverbaar’.

Gert van den Berg: “Zeker als je kijkt naar de beperkte ruimte en de kwetsbaarheid van het gebied, geldt de noodzaak om ervoor te zorgen dat de afzonderlijke gemeenten niet allemaal het maximale willen bereiken in het eigen grondgebied. Dan verstedelijkt de regio teveel en dat willen we niet. Daarom moeten we in overeenstemming met elkaar het evenwicht zien te behouden.”

Verschuift het evenwicht door veranderende economische ontwikkelingen?
Gerrit Marskamp
: “Dat kan het geval zijn, maar evenwicht is ook een kwestie van rekensystematiek. De provincie ging lange tijd uit van een prognose uit 2008, waarbij de Nederlandse bevolkingsgroei zich rond 2025 zou stabiliseren. En waarbij de economie zich sterk zou ontwikkelen van industriële bedrijvigheid en een maakeconomie naar een diensten- en kenniseconomie. Daarmee werd ook verwacht dat de ruimtebehoefte per medewerker af zou nemen.”

Piet Vermeer: “Terwijl nu blijkt dat we eigenlijk meer vierkante meters nodig voor minder werknemers. Dat ligt aan robotisering, logistieke ontwikkelingen en ook aan reshoring. Oftewel activiteiten die eerder naar Oost-Europa of Azië werden verplaatst en nu weer terug komen. Terwijl ook de bevolking doorgroeit. Al deze factoren, samen met de groei van de economie, hebben geleid tot de noodzaak voor een actueel plan in de vorm van een nieuw Regionaal Programma Werklocaties Noord-Veluwe.”

Piet Tulner is directeur Bedrijvenpark H2O in Hattemerbroek. (H2O staat voor Hattem, Heerde en Oldebroek.) Hij licht toe dat het Programma Werklocaties onderscheid maakt tussen twee subregio’s. “Het westelijk deel van de Noord-Veluwe (Putten, Ermelo, Harderwijk) en het noordelijke deel (Nunspeet, Hattem, Elburg, Oldebroek en Heerde).Was er eerst een overschot in het noordelijke deel, nu is vraag en aanbod redelijk in balans. In het westelijke deel is sprake van een zeker tekort in het aanbod van locaties.

Piet Vermeer: “Daar is ook een aantal bedrijventerreinen dat we willen verkleuren. Er is bijvoorbeeld een terrein in Putten waar in de loop der jaren in de directe omgeving veel woningen zijn gebouwd. Op termijn zal dit bedrijventerrein vrijgemaakt worden voor woningbouw. Dat betekent dat we de bedrijven die daar zijn gevestigd, elders ruimte moeten bieden.”

Elders betekent dan niet per definitie in dezelfde gemeente?
Gert van den Berg: “Het gaat er in de eerste plaats om waar de ondernemer de beste toekomst voor zijn bedrijf ziet. Bij plannen voor bedrijfsverplaatsingen stellen we ons de vraag hoe belangrijk het voor een gemeente is om een bepaald bedrijf in dezelfde plaats te houden. Het kan ook zijn dat een onderneming op een andere locatie in de regio beter tot zijn recht komt. Het is helemaal niet nodig voor een gemeente om elk bedrijf binnen de gemeentegrenzen vast te houden. Als het bedrijf maar voor de regio behouden blijft. Dan is de afstand voor de medewerkers nog goed te doen. Voor een Nunspeets bedrijf kan het best interessant zijn om bijvoorbeeld naar Harderwijk te verhuizen. En natuurlijk: het doet altijd pijn als er een bedrijf uit jouw gemeente weggaat. Wij moeten met elkaar nog beter leren om in te zien dat een bedrijf op een andere plek in de regio sterker kan floreren. Dat betekent winst voor dat bedrijf en winst voor de regio.”

“Het Regionaal Programma is het bestuurlijke kader waar we de plannen aan toetsen” legt Piet Tulner uit. “Daarnaast is er de dynamiek van de markt die we zeker niet onderschatten. De meeste bedrijven verplaatsen zich binnen een straal van zo’n twintig kilometer, want anders raken ze hun medewerkers kwijt. Volgens mij is het de belangrijkste regel die we geformuleerd hebben dat het bedrijf beslist. Als overheden kunnen we veel dingen willen sturen, maar we kunnen geen bedrijf verplichten om naar een bepaalde plek te verhuizen.”

Gerrit Marskamp: “Vergeet ook niet dat veel ondernemers zich emotioneel en sociaal sterk verbonden voelen met hun vestigingsplaats. Het is daarom belangrijk dat er naast de twee regionale terreinen ook lokaal ruimte blijft.”

Wat zijn de sturingsinstrumenten van overheden?
Rob Dal is regiomanager VNO-NCW Flevoland en VeluweVallei. Hij is het ermee eens dat overheden niet kunnen bepalen waar een bedrijf zich moet vestigen. “Maar overheden kunnen wel op een bepaalde manier sturen om te bereiken dat een bepaald type bedrijven zich op een terrein vestigen. Het sturingsinstrument is dan verleiden. Bijvoorbeeld het nieuwe bedrijventerrein H2O heeft vanwege de duurzaamheidsaspecten een aantrekkende kracht.”

Gerrit Marskamp:

‘Verleiden betekent ook keuzes maken voor de lange termijn’

“Verleiden betekent ook keuzes maken voor de lange termijn,” stelt Gerrit Marskamp. “Veel Noord-Veluwse bedrijventerreinen grenzen aan de bebouwde kom. Ontsluitingen zijn niet altijd optimaal. Daar zijn verbeterslagen te maken, zeker als het gaat om de aanleg van nieuwe terreinen.”

“De kracht van de regio wordt bepaald door een grote verscheidenheid aan bedrijvigheid,” constateert Gert van den Berg. “Er zijn veel kleinschalige bedrijven die met vernieuwing bezig zijn. Het arbeidsethos wordt alom geprezen. Met het beschikbare aanbod aan bedrijfslocaties hebben de gemeenten de afgelopen jaren snel kunnen inspelen op de toenemende vraag uit de regio en ook voor de komende jaren willen wij dit kunnen blijven doen. Samen zorgen we ervoor dat de juiste bedrijven zich op de juiste plek in deze regio kunnen vestigen en ontwikkelen.

Het regionale samenspel is hierbij belangrijk. De focus op kwaliteit wordt in het plan op verschillende fronten uitgewerkt. Zo is het voorkomen van leegstand op de bestaande terreinen een belangrijk speerpunt. Verder willen de gemeenten de openbare ruimte goed blijven onderhouden. Daarnaast is er veel aandacht voor duurzaamheid, zowel voor energie- als grondstoffengebruik. We blijven ons als regio over de volle breedte inzetten voor een goed woon-, werk- en leefklimaat in de Noord-Veluwse gemeenten.”

Na vaststelling van het van het Regionaal Programma Werklocaties Noord-Veluwe door de provincie Gelderland heeft de Noord-Veluwe weer een actueel plan voor bedrijventerreinen. Het vorige plan stamt uit 2011. Het nieuwe plan heeft geen vaste looptijd. Het wordt aangepast wanneer de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, maar in ieder geval elke vier jaar.

- Advertentie -