De regio Stedendriehoek telt duizenden familiebedrijven. Sommige timmeren al vele generaties aan de weg. Wat onderscheidt deze ondernemers? En wat betekenen ze voor economie en maatschappij?

Een klein stukje bos bij Hoenderloo, met een paar ‘slaaphuizen’ erop, voor jeugd- en schoolkampen. Daarmee startte Cees van Meerten (72) in 1976 zijn recreatiepark ‘t Veluws Hof. Andere tijden waren het. Op vakantie gaan was nog lang geen regel. En de Veluwe voelde voor ‘stadsmensen’ nog als het buitenland. Nu, 44 jaar later, is het vakantieaanbod veel groter geworden. Maar nog altijd weten vakantiegangers de rust van de Veluwe te waarderen. ’t Veluws Hof is uitgegroeid tot een bloeiend vakantiepark: ruim en groen, maar mét alle voorzieningen die de huidige kampeerder wil.

Vandaag de dag staat zoon Michel van Meerten (46) aan het roer. “Want”, zegt vader Cees, “sinds drie weken ben ik dan toch écht met pensioen.” Michel klom stapsgewijs op tot directeur, maar de overname was geen verplicht nummer: “Als tiener dacht ik niet dat ik het bedrijf zou overnemen. Via verschillende baantjes op het park rolde ik er langzaam in. Die tijd heb je ook nodig om te kijken of het bij je past. Want een familiebedrijf is een levensstijl. Je moet er helemaal voor gaan.”

Eigen koers

Heel herkenbaar, vindt Frank Boekema, directeur van Uitgeverij Stedendriehoek in Apeldoorn. Zijn firma verzorgt het Nieuwsblad Stedendriehoek, vele specials en drukwerk op maat. Ook hij drentelde als jongen al rond in de uitgeverij van zijn vader. “Het was de tijd dat de krant nog geknipt en geplakt werd. Als er dan leuke afbeeldingen bij een bericht moesten komen werd ik erbij geroepen, want ik was een creatieve jongen. Gaandeweg ontdekte ik dat ik het echt leuk vond om dingen te bedenken, te maken en dan uit te geven. Mijn vaders passie werd mijn passie. In 2014 hebben mijn zus Jacqueline en ik het bedrijf overgenomen.”

Pa Boekema doet nog bijna dagelijks een bak koffie op de redactievloer – net zoals pa Van Meerten nog regelmatig komt buurten in het recreatiepark. In deze bedrijven is de familie altijd dichtbij, maar toch ervaren de ‘zoons’ vrijheid om hun eigen koers te bepalen. Frank: “Mijn vader heeft een prachtig fundament neergelegd. Daar mogen Jacqueline en ik op vóórtbouwen – en dat doen we ook. Veel meer dan hij deed, focussen wij op een sterke redactionele inhoud en op online content. Natuurlijk hebben we daar weleens discussie over, maar dat hoort erbij. We kunnen veel leren van zijn ervaring.”

Tijd voor een praatje

Beide familiefirma’s hebben de markt in al die jaren flink zien veranderen. ’t Veluws Hof deelt het Veluwse groen met allerlei collega-ondernemers en grote spelers als Landal en Roompot. En in de krantenwereld heeft Uitgeverij Stedendriehoek te maken met mediagigant DPG Media (voorheen De Persgroep), die ook regionaal opereert. Hoe onderscheidt een familiebedrijf zich van zulke ‘grote’ spelers?

Voor Cees en Michel van Meerten is het antwoord simpel: door je persoonlijke aanpak en je eigen visie. “Vroeger kende mijn vader echt alle mensen die hier kwamen – gewoon, omdat hij tijd vrijmaakte voor een praatje”, zegt Michel. “Nog altijd vallen we op door die persoonlijke benadering. We weten goed wat onze gasten willen, we stemmen onze activiteiten daarop af en we zijn jaar na jaar een vast gezicht voor hen. Niet de omzet staat voorop, maar de mens. En dat merken ze.”

Frank Boekema ziet dat familiebedrijven die persoonlijke aanpak niet alleen richting klanten hebben, maar ook richting hun personeel. “Ik zit als directeur niet in een apart hok, maar gewoon op de redactievloer. En als het moet, knal ik net zo hard mee om een deadline te halen. We vormen een hecht team en de meeste teamleden werken hier al heel lang. Dat typeert veel familiebedrijven: de continuïteit en de passie om er samen iets van te maken.”

Maatschappelijk betrokken

Het valt Cees, Michel en Frank ook op dat familiebedrijven heel betrokken zijn bij de samenleving. “Ze bieden veel meer dan alleen werkgelegenheid”, zegt Frank. “Kijk maar eens langs het voetbalveld wie de sponsors zijn: vaak zijn dat familiebedrijven. We weten elkaar ook snel te vinden als er bijvoorbeeld een charity-actie of evenement georganiseerd wordt. Je merkt dat deze ondernemers iets delen. Ze geven niet alleen om hun bedrijf, maar willen ook iets doen voor de maatschappij.”

Het steekt dan ook weleens als de vlag vooral uitgaat voor de ‘grote spelers’ binnen de regio. Michel: “Soms worden grote bedrijven met veel tamtam binnengehaald, maar zijn ze na een paar jaar alweer weg. Dan staan er honderden mensen op straat. Natuurlijk vallen veel familiebedrijven onder het mkb – en soms werken er maar een paar mensen. Maar we moeten niet onderschatten hoeveel stabiliteit ze brengen en hoe betrokken ze zijn. Ze bestaan vaak al generaties lang. Deze bedrijven vormen een basis onder onze samenleving.”

‘Families zíjn onze economie’

Wethouder Economie Jeroen Joon van Apeldoorn: “In Apeldoorn hebben we bijna drieduizend familiebedrijven en regiobreed zijn dat er nog veel meer. Van klein ambachtsbedrijf tot groot internationaal concern. Allemaal hardwerkende families die samen de ruggengraat van onze regionale economie vormen. Ze bieden werk aan een derde van alle werknemers in onze gemeente. Hun omzet is zo’n beetje de helft van wat alle bedrijven met elkaar verdienen. Dat maakt ze, samen met hun lokale betrokkenheid en hun bestendigheid, van onschatbare waarde. Als het goed gaat met de economie floreren ze. Maar ook in mindere tijden kunnen ze vaak nét iets beter tegen een stootje. Elke onderneming is uniek, maar één ding hebben ze gemeen: in een familie met een eigen bedrijf raak je nooit uitgepraat over de zaak. Op deze pagina’s vertellen ondernemers over deze unieke combinatie: onlosmakelijk elkaars familie zijn én met meerdere generaties samenwerken in je bedrijf.”

- Advertentie -