HAJO COUMOU & JORIS STAIJEN

Hajo Coumou heeft een ruime ervaring als procesadvocaat. Hij werkt in het team van Helderecht Advocaten, met vestigingen in Apeldoorn en Arnhem. “Vanaf de basisschool wist ik al dat ik advocaat wilde worden,” vertelt hij. Joris Staijen is advocaat en aandeelhouder bij Daniels Huisman Advocaten (Deventer, Almelo, Enschede). “Ik was niet zo vroeg gegrepen door dit vak. Hoewel ik wel goed begreep dat het als toekomstig beroep een goede reputatie had.”

Had de motivatie om advocaat te worden wellicht te maken met status?
Hajo Coumou: “Nee. Het had er meer mee te maken dat ik het interessant vond om in een rechtszaal namens iemand te kunnen vertellen wat de belangen zijn en wat de problemen zijn. En dan ook te kunnen winnen, oftewel gelijk te krijgen. Ik wilde advocaat worden om eigenwijs te kunnen zijn en tegelijkertijd de belangen van iemand te behartigen.
Het is daarbij wel belangrijk dat advocaat niet zomaar een beroep is. Een advocaat is een wezenlijk onderdeel van onze rechtsstaat. Daar kwam ik pas later achter. Mijn eerste drijfveer was dus om verbaal wedstrijden te winnen en dat trekt mij nog steeds enorm aan. Ik ben daar wel bescheidener in geworden, omdat ik tegenwoordig weet dat ík niet bepaal of iemand wint, maar dat de rechter dat doet. Het gaat er dus vooral om hoe je een rechter het beste kunt uitleggen hoe een kwestie in elkaar steekt.”

Joris Staijen: “Bij mij kwam de gedachte om advocaat te worden pas later op. Ik studeerde economie en overheidsfinancieringen, maar kwam erachter dat die studiekeuze minder goed bij me paste. Ik was op zoek naar iets anders, toen mijn zwager mij uitnodigde om eens een kijkje te komen nemen bij het advocatenkantoor in Groningen waar hij werkte. Dat kantoor had een brede praktijk, met ook strafrecht, faillissementen en taken voor de overheid. Dat bezoek maakte me zo enthousiast dat ik na vier jaar economiestudie overschakelde naar rechten. Ik begon dus opnieuw aan een opleiding. Ik kwam erachter dat de essentie van het vak niet is om zaken te winnen. Dat is mooi meegenomen, maar het gaat erom of je in staat bent om je cliënt zo goed mogelijk te informeren over de vraag of hij een punt heeft of zal krijgen. Als je altijd alles wint, neem je als advocaat te weinig risico. Als je nooit wint, moet je iets anders gaan doen. Je moet als advocaat ook het lef hebben om mensen te adviseren risico’s te nemen. Uiteindelijk nemen ze zelf de beslissing.”

Hajo Coumou: “Het is inderdaad de essentie van een goede advocaat dat hij zijn cliënt duidelijk en snel kan vertellen waar hij of zij aan toe is en wat de verwachtingen zijn. Zodat de cliënt tot een goede beslissing kan komen. Een advocaat helpt bij de keuzes en geeft begeleiding. Dat is wat een advocaat in de kern moet doen. De strikte waarheid speelt in een procedure slechts een beperkte rol. Het gaat erom dat een advocaat goed kan inschatten hoe een rechter tot zijn oordeel komt.”

Is het vak veranderd sinds jullie begintijd?
Joris Staijen: “Ik ben beëdigd in 2003. Gek genoeg vind ik dat sinds toen – in ieder geval in mijn eigen perceptie – de aard van het beroep niet heel erg is veranderd. Er zijn wel ontwikkelingen die markttechnisch voor wijzigingen hebben gezorgd. Een belangrijk voorbeeld: de sociale advocatuur wordt steeds verder uitgekleed. Wie in Nederland niet veel geld te besteden heeft, krijgt het steeds moeilijker om zijn recht te halen. De sociale advocatuur zit echt in de verdrukking. Wij hebben op ons kantoor weliswaar nog steeds een aantal mensen die zich daarmee bezighouden, maar de overheid denkt dat dat gedaan kan worden tegen tarieven die echt nergens meer over gaan.

Joris Staijen:

Wie in Nederland niet veel geld te besteden heeft, krijgt het steeds moeilijker om zijn recht te halen. De sociale advocatuur zit echt in de verdrukking.

Hajo Coumou:

Het is heel goed mogelijk dat de advocatuur binnen nu en tien jaar ingrijpend anders is. Dat heeft te maken met de herbezinning op de rechtsspraak.

Technisch is het beroep wel veranderd. Veel is digitaal geworden. De secretariaten zijn daardoor kleiner geworden. Bij wijze van spreken hebben we onze complete praktijk in onze smartphones staan.
Een andere tendens is dat nogal wat advocaten zover zijn doorgespecialiseerd dat dat het oplossen van geschillen in de weg gaat staan. Oftewel dat je eindeloze technische verhandelingen op detailniveau krijgt, inclusief jurisprudentie, terwijl de cliënt gewoon wil weten waar hij of zij aan toe is. Wanneer een advocaat alles compleet wetenschappelijk benadert en continu in de gevechtsmodus functioneert – omdat hij bijvoorbeeld specialist is op het gebied van arbeidsrecht – vertroebelt dat de blik op de essentie van de zaak. Het gaat uiteindelijk om het oplossen van problemen tussen mensen die met elkaar moeten werken. Dat levert ook rare zittingen op, waarbij de kantonrechter zich afvraagt of de partijen nog wel met elkaar door één deur kunnen. Dat is dan meestal al een gepasseerd station.”

Hajo Coumou: “Wij zijn eigenlijk te laat advocaat geworden. De veranderingen van het vak waren er al toen ik in 2000 aantrad. Ons beroep is minder nobel geworden. Een gevolg van de ontwikkeling dat advocaten in loondienst gingen werken bij banken, verzekeringsmaatschappijen en andere grote organisaties. Er kwam op die manier veel concurrentie van juristen die er belang bij hadden om advocaten te worden genoemd, terwijl zij eigenlijk geen advocatenwerk deden. De advocatuur is zich daardoor gaan heroriënteren op de kernwaarden van het beroep.”

Is de aard van de vragen waarmee cliënten bij jullie komen veranderd?
Joris Staijen: “Er is een toename van vragen over individueel eigendomsrecht en van ict-vragen, met name waar het gaat om het actuele circus omtrent de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Maar op zich zijn de problemen die opgelost moeten worden, min of meer hetzelfde als tien of twintig jaar geleden.
Het is wel duidelijk anders geworden dat kennis gemakkelijker toegankelijk is. Mensen raadplegen eerst Google om te kijken hoe ze iets zelf op kunnen lossen, voordat ze naar een advocaat gaan.”
Hajo Coumou: “Dat is vergelijkbaar met wat artsen meemaken. De patiënt loopt bij de dokter naar binnen om te vertellen wat hem mankeert. Als de huisarts niet doet wat de patiënt op basis daarvan verlangt, dan vertelt de patiënt luid en duidelijk wat er met de dokter aan de hand is. Dat gebeurt bij ons ook.” Joris Staijen: “Daar zit ook een deel van de kwaliteit die wij moeten bewijzen. Iedereen kan van alles opzoeken, maar het is lastiger om die informatie op de juiste manier te wegen, om niet alleen te lezen wat je graag wilt zien.”

Hoe ziet jullie vak er in de nabije toekomst uit?
Hajo Coumou:
“Het is heel goed mogelijk dat de advocatuur binnen nu en tien jaar ingrijpend anders is. Dat heeft te maken met de herbezinning op de rechtsspraak. Nu is het nog zo dat wij de spreekbuis zijn van degene die een procedure voert. Veel rechters willen graag een systeem dat ze kennen van het televisieprogramma ‘De Rijdende Rechter’. Daar mogen mensen zelf vertellen wat hen dwarszit, zonder tussenkomst van een advocaat. Voor ons is het spannend of dit de realiteit wordt.”
Joris Staijen: “Dan raken we ons proces-monopoly kwijt. De overheid ziet deze ontwikkeling als bezuinigingsmodel. Ik verwacht wel dat de werkdruk van rechtbanken hierdoor zal toenemen. De eerste pogingen om tot deze verandering in de rechtsspraak te komen zijn gestrand, omdat die te ambitieus waren. Maar er volgen soortgelijke initiatieven.”

- Advertentie -