Op 1 januari was het eindelijk zo ver: de steeds uitgestelde Brexit-deal werd van kracht. Onderzoek van Oost NL en adviesbureau Berenschot laat zien dat naar verwachting zo’n 10.000 bedrijven, met name groothandels en handelsondernemingen, in Oost-Nederland worden geraakt door deze deal. De impact verschilt per ondernemer en door de nieuwe situatie ontstaan ook weer kansen.

TEKST WILMA SCHREIBER FOTOGRAFIE EVERT VAN DE WORP

Jaarlijks exporteren bedrijven in Oost-Nederland voor 52,1 miljard euro aan goederen, waarvan 8 procent richting het Verenigd Koninkrijk (VK), zo blijkt uit cijfers van CBS Statline. Dit betreft met name export door agrofood-, energie- en hightechbedrijven. De afgelopen jaren tekende zich voor heel Nederland al een neergaande lijn af: zo daalde de export naar het VK van 17 miljard euro in de eerste tien maanden van 2019 naar 14,5 miljard euro in de eerste tien maanden van 2020 – een daling van 17 procent. In Oost-Nederland was die trend al eerder zichtbaar: sinds 2016 is de export elk jaar afgenomen.

Oost NL en Berenschot bekeken welke kosten voor ondernemers zullen toenemen door de Brexit. “We hebben een algemeen beeld neergezet van de verschillende extra kosten. Voor de individuele ondernemer kan de situatie net iets anders uitpakken. Om zeker te weten met welke kosten hij rekening moet houden, raden we aan contact op nemen met het Brexit-loket van de overheid of met de keuringsdienst voor certificering als het om voedingsmiddelen gaat”, zegt Remco Lucassen, teamleider international trade bij Oost NL en tevens programmamanager GO4EXPORT, een uitvoeringsprogramma gefinancierd door de provincies Overijssel en Gelderland, waarin vijftien publieke en private partijen samenwerken voor de exportbevordering van het mkb.

Mooie alternatieven
De kosten waaraan Lucassen refereert, betreffen onder meer de inklaringskosten die per zending moeten worden betaald aan expediteurs, invoerrechten (indien niet wordt voldaan aan vereisten rond preferentiële oorsprong), kosten voor certificaten nu aan zowel EU- als VK-eisen moet worden voldaan, en tot slot kosten voor de soms benodigde uitgebreidere VAT-administratie. Tips om die kosten tot een minimum te beperken, variëren van het bundelen van zendingen, minimaal het vereiste percentage fabricagewaarde uit de EU te betrekken, verschillen tussen EU- en VK-eisen inventariseren en een partij contracteren om VK-certificaten te verkrijgen tot je zo snel mogelijk registreren bij HM Revenue en Customs.

Daarnaast rekenden Oost NL en Berenschot de belangrijkste effecten door. Vanwege de relatief lage prijs per product kunnen de kosten voor voedingsmiddelen sterk stijgen; ook zijn hiervoor extra controles en zogenaamde fyto-sanitaire certificaten nodig. Hightechmachines kennen daarentegen een relatief hoge kostprijs ten opzichte van de transportkosten; in die sector zullen de douane- en inklaringskosten relatief beperkt toenemen. “Al met al worden producten uit Oost-Nederland duurder in het VK, met name levensmiddelen. Zolang hiervoor geen binnenlandse concurrentie bestaat, is het niet zo erg”, zegt Lucassen. Omgekeerd worden producten uit het VK duurder in Noord-West Europa, wat bedrijven uit Oost-Nederland wellicht kansen biedt. “Binnen het GO4EXPORT-programma onderzoeken we momenteel welke andere grote bedrijven over de grens van België en Duitsland producten afnemen van het VK. Oost-Nederland is sterk in maakindustrie, voedingsmiddelentechnologie en machinebouw, maar ook in plastic producten en circulaire verpakkingen. Wellicht kunnen we hier mooie Oost-Nederlandse substituten aanbieden.”

Derde exportmarkt
Terugkijkend op de eerste maand blijken Nederlandse ondernemers doorgaans goed voorbereid. “Bedrijven die veel leverden aan het VK, hebben daar veiligheidshalve al grote voorraden opgebouwd om de eerste maanden goed door te komen. Het laatste halfjaar was er dan ook geen warehouse meer te krijgen. Vandaar ook dat het rustig was op de eerste dag”, schetst Lucassen. “Als de aanloopproblemen voorbij zijn, zal de situatie weer normaliseren. Voor Nederlandse bedrijven die al gewend zijn om naar landen buiten de EU te exporteren, wordt het handelen met het VK vergelijkbaar. En degenen die alleen binnen de EU exporteren, moeten rekening houden met extra kosten.”

Voor de komende tijd verwacht Lucassen dat de dalende trend in de export zal doorzetten, met wellicht wat verschuivingen naar België, Duitsland of Scandinavië ten koste van het VK. “Daar komt bij dat het VK op heel wat producten niet zelfvoorzienend is, zoals in agrotechnologie. Daar hebben wij wel wat te melden en er is interesse voor samenwerking. Het VK is voor ons land de derde exportmarkt, die laten we absoluut niet zomaar vallen”, stelt Lucassen. Oost NL zet voor ondernemers zijn netwerk in en organiseert in juni een online trade & invest event over zakendoen in het VK. “Dat wordt een soort tv-uitzending uit het VK, met informatie voor Nederlandse ondernemers, verbindingen leggen met Britse bedrijven voor export en het laten zien van Noord-Oost-Nederland aan mogelijke Britse investeerders. Dat levert wellicht nieuwe handelspartners op of trekt nieuwe bedrijven naar Oost-Nederland.” Verder hoopt Oost NL eind september met tien mkb-bedrijven in gezonde voeding deel te nemen aan een Britse voedingsmiddelenbeurs om hen te presenteren aan inkopers van groothandels en supermarkten.

- Advertentie -