Een beste vriendin stuurde een vakantiegroet uit Lissabon. “Het is hier wel verschrikkelijk druk met toeristen,” meldde ze. Ik kon het niet laten om haar terug te appen: “Je loopt er zelf ook tussen.” Ik nam nog een stukje chocola en ging naar de supermarkt omdat de kipfilet en de schnitzels in de aanbieding waren.

Een uurtje of wat later zag ik bij het journaal protesterende boeren. Zij krijgen de schuld van het stikstofprobleem en dat was volgens hen niet eerlijk. “De luchtvaart valt buiten alle normen en automobilisten rijden van hot naar her. Het Hollandse landschap bestaat uit meer snelwegen dan agrarisch landschap,” mopperde een boer die een microfoon onder zijn neus kreeg geduwd.

De volgende dag (na een uitgebreide douche) nam ik de ’s ochtends de bus van Harderwijk naar Zeewolde. Een prachtige rit langs een waterrijk Natura-2000 decor. Ik passeerde twee omvangrijke bouwlocaties, met zo te zien volop activiteiten. Prima, dacht ik, want we komen woningen te kort in ons land. Hier wordt er eraan gewerkt om dat op te lossen.

’s Middags stortte ik wat oude overhemden en versleten broeken in een textielcontainer. ‘Hier valt uw kleding opnieuw in de smaak’, las ik op de sticker. Dat vond ik wel mooi klinken, totdat ik ’s avonds een documentaire zag over handelaren in een land waar onze afdankertjes zoal terecht komen. Het meeste van die handel is smerig, stuk en dus echt niet te verkopen. Daarom belandt het in grote hoeveelheden als gedumpt afval in bossen en langs rivieren. Daarna volgde nog een reportage over het platbranden van Afrikaanse wouden voor het aanleggen van cacaoplantages om aan de westerse honger naar chocola te kunnen voldoen.

Ik zette de thermostaat van 25 naar 19 graden, gooide nog wat in plastic verpakte etenswaren die de uiterste verkoopdatum naderden in de biobak en ging naar bed. Ik droomde van een vakantie onder palmbomen. Achter de bar van een strandtentje opende een meisje met dreadlocks behendig de flessen van een mij overbekend merk. Ze droeg een t-shirt met het opschrift ‘I love Amsterdam’. Ik nam een slok en genoot van het leven.

Voor het verhaal zou het nu leuk zijn als ik in paniek wakker was geschrokken. Dat gebeurde niet. Ik dacht bij het ontwaken wel: wat fijn dat het mogelijk is om alles wat je hartje begeert te kunnen kopen, het zo comfortabel mogelijk te maken in je eigen huis en als je dat even beu bent naar een ver oord af te reizen om je daar dan ook weer te laven met smikkelen en slempen. Het koele biertje, de tapas, de sushi’s en de soepele wijn: het zijn uiteindelijk allemaal agrarische producten. Net zoals de boter op je hoofd.

Pluisje

- Advertentie -