We staan voor mondiale uitdagingen op het gebied van volksgezondheid, voedselproductie, CO2-reductie, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit. Ook Nederland moet een stevig steentje bijdragen, nu de pandemie ons pijnlijk heeft geconfronteerd met de urgentie van de aanpak van een aantal opgaven. Daarbij komt dat de beschikbare ruimte en conflicterende ruimteclaims extra complicaties opleveren. Niet voor niets wordt in het rapport ‘Grote opgaven in een beperkte ruimte’ van het Planbureau van de Leefomgeving gepleit voor een nieuwe balans tussen de gebruikswaarde (economie), belevingswaarde (burgerperspectief) en toekomstwaarde (ecologie) van de ruimte in ons land.

In het Regeerakkoord (Rutte III) is M€ 950 opgenomen voor de integrale aanpak van economische, sociale en ecologische opgaven in de regio’s. De Regio Deals (30) moeten een impuls opleveren voor de versterking van de regio’s, waarbij de regio’s moeten voldoen aan een aantal Brede Welvaartscriteria en minimaal 50 % moeten (co)-financieren. In de eerste tranche werd de helft van het totaalbedrag toegekend aan zes regionale opgaven, waarvan 80 % voor drie regionale opgaven te weten Rotterdam-Zuid (M€ 130), Brainport Eindhoven (M€ 130) en de nucleaire problematiek (M€ 117). Het restant werd verdeeld in de tweede en derde tranches. Overijssel én Gelderland mochten zich verheugen in zeven gehonoreerde Regio Deals. In de tweede tranche waren dit Twente (M€ 30), Achterhoek (M€ 20) en Food Valley (M€ 20). En in de derde tranche Regio Zwolle (M€ 22,5), Veluwe (M€ 12,5), Cleantech Regio (M€ 7,5) en Fruitdelta Rivierenland (M€ 7,5). Oost-Nederland scoorde M€ 120, hetgeen in absolute zin best redelijk lijkt. Maar in relatieve zin is 12,6 % van M€ 950 best laag. Naar rato van het inwonertal had het totaal in de buurt van M€ 175 moeten liggen. Overijssel én Gelderland hebben samen immers 3,2 miljoen inwoners en dit is 18,5 % van heel Nederland. Een gewaarschuwd mens telt voor twee! Dit temeer omdat er eerder vergelijkbare ervaringen waren met kunst- en cultuurgelden en met MIRT-middelen. L’histoire se répète.

Oost-Nederland deed voorstellen in het kader van het Nationaal Groeifonds (‘Wobke-Wiebesfonds’), dat € 20 miljard in vijf jaar wil toekennen op basis van investeringsvoorstellen van bedrijven, kennisinstellingen en lagere overheden. In de eerste tranche is 3 miljard van de 3,5 miljard toegekend aan de Randstad, die met name spoorprojecten heeft ingediend. Overijssel én Gelderland moeten zich vooralsnog tevreden stellen met M€ 95.

Hetzelfde risico – zowel nationaal als regionaal – bestaat bij het Europees Herstelfonds (€ 800 miljard), dat de lidstaten meer coronabestendig, moderner en duurzamer moet maken. Terwijl landen als Italië en Frankrijk al voor respectievelijk € 248 en € 100 miljard aan herstelplannen hebben ingediend, dreigt Nederland één van de laatste indieners te worden. Met alle risico’s en gevolgen van dien. De huidige politieke context en de kabinetsformatie vergroten de risico’s alleen maar. Niet voor niets waarschuwde DNB-president Knot dat we ons als land niet kunnen veroorloven om de vele miljarden in Brussel te laten liggen.

De urgente nationale opgaven vragen om meer beleid en regie door de Rijksoverheid. Maar ook om het faciliteren én financieren van lagere overheden om regionale implementaties mogelijk te maken. En lagere overheden overheden schreeuwen om extra financiële middelen om de grote uitdagingen op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid, zorg en energietransitie te kunnen oppakken. Het Nationaal Groeifonds zou de oren bovengemiddeld naar Oost-Nederland en andere regio’s moeten laten hangen. Anders blijft het bij mooie ambities en wishful thinking over Brede Welvaart in regio’s. Dit is ook een oproep aan partijen als Invest.NL (€ 1,7 miljard), de nieuwe aanjager van innovaties op het gebied van energietransitie en circulaire economie.

Maar Oost-Nederland moet ook hand in eigen boezem steken. Voor Grote Opgaven zijn Groot Denken en een Groot Plan noodzakelijk. Daarbij horen onlosmakelijk ook grote strategische investerings- en innovatieagenda’s voor Oost-Nederland, en een effectieve Haagse en Brusselse lobby. Et frappez toujours! Anders kan Oost-Nederland (een deel van) het Groot Geld wel op de buik schrijven. Dommage!

HARRY WEBERS
voorzitter SER Overijssel

- Advertentie -