Uitmuntende kwaliteit van producten van melkveehouder tot supermarkt: dat is het hoofddoel van Qlip. Hiervoor analyseren de ruim 250 medewerkers jaarlijks 15 miljoen rauwe melkmonsters, onderzoeken ze eindproducten als kaas en melkpoeders en voeren ze zo’n 13.000 beoordelingen uit op melkveebedrijven.

In Zutphen is het zogeheten routinelab gevestigd, in zijn soort het grootste in Europa. Het voert zo’n 100 miljoen analyses uit op rauwe melkmonsters. Ook het QCM (Qlip Chemisch en Microbiologische lab) voor het onderzoek van eindproducten bevindt zich in Zutphen. “Je ziet dat het rauwemelkonderzoek stabiliseert, de Nederlandse veestapel schommelt rond de 1,5 miljoen koeien en groeit niet meer. Maar de zuivelproducenten in ons land zijn in staat steeds meer nieuwe eindproducten te maken. Denk aan dieetvoeding voor oudere mensen en sportvoeding, maar ook aan cosmetica, waar zuivelingrediënten aan toegevoegd worden”, aldus Jan Bobbink, directeur Qlip. “En al die nieuwe producten kunnen wij weer analyseren.”

Ook de kwaliteit van de productie en de voortbrenging op de melkveebedrijven is van belang. Daarom brengen circa 25 beoordelaars vanuit Leusden inspectiebezoeken om de huisvesting, gezondheidsbehandeling, medicijnen en voeders te controleren en te zien of de melkwinning voldoende hygiënisch plaatsvindt. “We borgen de voedselveiligheid op afwezigheid van gevaarlijke stoffen in zuivel en de kwaliteit van de producten zelf: zitten de vermelde gehalten op de verpakking er ook daadwerkelijk in”, verklaart Bobbink.

Qlip is steeds meer ook internationaal actief, onder andere in Duitsland, België, Engeland en China. “Het QCM is de afgelopen jaren dan ook met 40% gegroeid. Reden om het aantal vierkante meters in Zutphen te verdubbelen. Nu kunnen we nationaal en internationaal de komende tien, vijftien jaar verder groeien.” Qlip ontwikkelt ook referentie- en ijkmonsters waarmee internationale laboratoria kunnen verifiëren of hun apparatuur de juiste metingen oplevert.

Ondertussen werkt Qlip continu aan nieuwe innovaties om de markt nog beter te bedienen. “We hebben voor melkveehouders een drachtigheidstest op melk ontwikkeld. Een soort predictor voor koeien, waarmee met 95% zekerheid is vast te stellen of de koe drachtig is”, vertelt Bobbink. “Ook beschikken we over een indicator die aangeeft of een koe daadwerkelijk gras gegraasd heeft. Belangrijk als je het keurmerk Weidemelk wilt controleren, want dat vereist dat koeien jaarlijks ten minste 120 dagen lang zes uur per dag in de wei zijn.” Een derde voorbeeld is de mogelijke ontwikkeling van de fosforindicator, die laat zien hoeveel fosfor in de melk achterblijft.

In de toekomst zullen metingen en analyses steeds meer bij de boer op het bedrijf gaan plaatsvinden, verwacht Bobbink. “Analyses gebeuren dan deels in het lab en deels in de melktank of tijdens het transport. Hiervoor zijn allerlei innovaties nodig. Daarom schrijven we in samenwerking met de High Tech Campus in Eindhoven een wereldwijde challenge uit om nieuwe technologieën en technieken te verkennen.”

- Advertentie -