Zware beroepen zijn volgens het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beroepen die – als werknemers ze langer dan 30 jaar uitoefenen – zorgen voor fysieke slijtage die niet meer is terug te draaien. Opvallend hieraan is dat de categorie zware beroepen beperkt blijft tot fysiek zwaar werk (buiten beschouwing psychische overbelasting ). Werknemers in zware beroepen worden doorgaans gekenmerkt door een laag opleidingsniveau en inkomen.

Als alle UWV-sectoren met een meer dan tweemaal gemiddelde uitval door arbeidsongeschiktheid tot de sectoren met zware beroepen worden gerekend, dan gaat het in totaal om twee procent van de werkenden in Nederland. De reikwijdte van een regeling voor vervroegd pensioen voor zware beroepen is daarmee relatief beperkt en ondergraaft niet de voordelen van de algemene oplopende pensioneringsleeftijd. Volgens de gehanteerde definitie komen zeven UWV-sectoren in aanmerking voor een regeling voor een vervroegd pensioen voor zware beroepen. Deze sectoren zijn, de afbouw -en natuursteenbranche, de schilders, dakdekkers, reiniging, visserij en taxi – en ambulancevervoer.

Sommige beroepen of werkzaamheden belasten mensen dermate dat zij voor hun pensioengerechtigde leeftijd versleten of opgebrand zijn. Volgens het kabinet moeten ook werknemers die lang een zwaar beroep uitoefenen gezond en veilig kunnen werken tot aan en na de AOW-gerechtigde leeftijd.

Werkgevers- en werknemersorganisaties in een sector kunnen bij de bij de Minister van SZW een voorstel doen wat de fysiek zware beroepen zijn in hun sector. Het moet gaan om een sector waarin werknemers duidelijker vaker en al jarenlang bovengemiddeld arbeidsongeschikt raken. Verder moet uit de jaarlijkse nationale enquête arbeidsomstandigheden onder werknemers blijken dat een beroep inderdaad bij de zwaarste categorie hoort. De regering besluit uiteindelijk welke beroepen zwaar zijn. Werkgevers en werknemers die een zwaar beroep aanmelden, moeten tegelijkertijd een gezamenlijk actieplan inleveren. Dit plan bevat acties van de sociale partners om het zware werk lichter te maken, duurzame inzetbaarheid van werknemers in het zware beroep te verbeteren en arbeidsongeschiktheid te verminderen. De sociale partners kunnen verzoeken de aanwijzing van een zwaar beroep in te trekken als hun actieplan succesvol is.

Werknemers met een beroep waarvoor de ‘redelijkerwijze’ verwachting geldt dat ze na 40 jaren bovenmatig versleten zijn, moeten voordat zij dit werk 30 jaar doen ander lichter werk krijgen van hun werkgever. Als de werkgever dit werk zelf niet heeft, mag hij werknemers ook ondersteunen bij het vinden van ‘normaal’ werk bij een andere werkgever. Wanneer de werkgever de werknemer geen lichter werk kan bieden, dan moet hij het financieel mogelijk maken dat de werknemer op zijn 65-ste stopt met werken. Hiervoor moet de werkgever tien jaar lang een financiële compensatie, die oploopt tot 140 procent van het bruto jaarsalaris, storten op een geblokkeerde rekening. Dit geld kan de werknemer pas na zijn 65-ste opnemen.

- Advertentie -