De bouwproductie daalde in 2012 met 7,5 procent ten opzichte van 2011, aldus het CBS. Ook dit jaar zet die daling zich naar verwachting door, om zich in 2014 – in geval van een gematigd herstel van de Nederlandse economie – te stabiliseren. Drie ondernemers uit de Stedendriehoek vertellen hun verhaal.

Rob Rutten, Aannemersbedrijf Draisma in Apeldoorn

“Op dit moment hebben we een redelijk gevulde orderportefeuille. Daar ben ik gezien de omstandigheden niet ontevreden over. Maar het kan natuurlijk altijd beter en het is nog lang geen hosanna in de bouw. Minder aanbod van productie heeft ons genoopt tot maatregelen in de personele sfeer, zowel qua productiemedewerkers op de bouw als medewerkers op kantoor. Tijdelijke contracten zijn niet verlengd, natuurlijke afvloeiing via pensioen en vut, en een aantal mensen heeft gedwongen ontslag gekregen. Al met al zijn we qua vaste dienstverbanden teruggegaan van 110 naar 85 personeelsleden. Daarnaast is het kritisch bekijken van het uitgavenpatroon een continu proces geworden. We hebben flink bezuinigd op de algemene kosten en de organisatie, en ons uitgavenpatroon aangepast. Hiermee kunnen we de komende jaren doorkomen met het huidige personeelsbestand, ik verwacht geen verdere ingrepen.

Afgaand op wat ik bij bouwbedrijven in mijn omgeving hoor, is afslanken en bezuinigen op kosten een trend. De laatste jaren zijn we verwend geweest met grote projecten, nu zijn er minder kansen op dat front. Wel hebben we de afgelopen 25 jaar een sterke afdeling kleinbouw en onderhoud uitgebouwd en geprofessionaliseerd. Een leuke steun in de rug wat continuïteit betreft en een voorsprong op collega’s die die markt nu pas ontdekken. In de nabije toekomst zullen bouwondernemers moeten leren leven met het huidige gebrek aan bouwproductie en de organisatie daarop aanpassen als dat niet al gebeurd is. Wijzen naar Den Haag heeft niet zo veel zin. De regering kan het ons wel makkelijker maken dan ze nu doet, maar iedere ondernemer is verantwoordelijk voor zijn eigen onderneming. Wat er over vijf jaar gaat gebeuren, geen idee. Wel heb ik het vertrouwen dat het over een aantal jaar weer beter gaat.”

Pepijn Harleman, Harleman Aannemersbedrijf in Deventer

“Het gaat nog steeds slecht, er zijn nog steeds veel te weinig aanvragen omdat het overal nog stilstaat. We hebben het geluk dat we drie leuke klussen hebben weten binnen te halen, waardoor we in plaats van één maand weer enkele maanden vooruit kunnen kijken. Maar wel in flink afgeslankte vorm. Een paar jaar geleden hadden we vijftien man lopen, nu zijn dat er nog maar vijf. We moesten terug, puur om het voortbestaan van het bedrijf te waarborgen. De afgelopen paar maanden komen de kleinere klussen iets makkelijker binnen. In hoeverre dit doorzet, is natuurlijk de vraag, maar mensen weten ons goed te vinden. Daarbuiten blijft het vechten. De grotere werken, waar we eigenlijk op zitten te wachten, komen maar sporadisch binnen.

In 2009/2010 liep het werk langzaam terug. Toen hoefden we nog niet te snijden en konden we afslanken door natuurlijk verloop. De toekomst is ongewis, maar het gaat nu iets beter. Met ons bedrijf zitten we aan de goede kant van de bestaande huisvesting, waar mensen steeds meer aanpassingen aan hun woning moeten laten doen, om in de toekomst te voldoen aan de eisen. Daarbij is het van belang bij te blijven met nieuwe producten en deze in projecten toe te passen. Hoe klein we ook zijn, we hebben het BIM-pakket (software voor bouwinformatie, red.) aangeschaft, zodat we kunnen blijven communiceren met de architectenbureaus en overige partijen in de bouw. Je moet vooruit durven blijven kijken, want als straks het kwartje weer valt, moet je er wel bij zijn. Mijn raad aan bouwcollega’s: sta voor wie je bent. Daarom hebben wij ook afgeslankt, want we willen niet meegaan in de prijsconcurrentiestrijd. We geven niet onder aan de streep 20 procent weg, dat is niet geloofwaardig en gaat ook af van de kwaliteit. Dan maar niet inschrijven, ook al heb je het werk hard nodig – zo’n bouw willen wij niet opleveren. En uiteindelijk komen de klanten wel terug, want als ze doorvragen, blijken ze net zo veel of zelfs meer geld kwijt te zijn.”

Wim Christiaans, Christiaans Bouwbedrijf in Zutphen

“We hebben werk, de laatste jaren doen we veel in onderhoud en verbouwingen. Tot 2010 hebben we nog redelijk wat woningen gebouwd, daarna droogde de markt voor nieuwbouw op. Mensen zijn allemaal voorzichtig en er zijn natuurlijk veel kapers op de kust. Maar goed, we krijgen elke week wel opdrachten binnen. Momenteel hebben we elf medewerkers, waar het er enkele jaren geleden nog zestien waren. De anderen hebben we moeten ontslaan.

Bij klanten binnen blijven is niet zo’n probleem – als je goed werk geleverd hebt tenminste – en via relaties en op netwerkbijeenkomsten proberen we nieuwe klanten binnen te halen. Dat gaat toch vaak via mond-tot-mond reclame. Ons sterke punt is dat we veel in eigen beheer doen. Als je bij het zetten van een nieuwe keuken andere partijen inhuurt voor de sloop, het tegelzetten en de elektriciteit, is dat vervelend voor mensen. En het spreekt voor zich dat we nu meer dan ooit de kosten bewaken. Als secretaris van Bouwend Nederland in Zutphen zie ik dat iedereen het nu moeilijk heeft. In onze regio zitten allemaal relatief kleine bedrijven die zich richten op onderhoud en verbouwingen. Nu de nieuwbouw stilvalt, proberen de grote bedrijven deze markt te veroveren. Dat valt niet mee, want je moet natuurlijk wel de mensen hebben die dat kunnen.

Ik denk dat de bouw het ook volgend jaar nog erg lastig zal hebben. Wellicht helpt de voorgenomen subsidie voor aanpassingen om je huis energiezuiniger te maken. Hopelijk komt er in 2015 iets meer lucht, maar dat is alleen maar hoop, het is afwachten of het gebeurt. Misschien als het vertrouwen terugkomt en iets meer mensen een huis kopen, zodat de markt wat aantrekt. Dat zou mooi zijn.”

- Advertentie -