Dat is de mening van de Werkgeverskring Voorst, die op tal van punten pleit voor meer gemeentelijke dienstbaarheid richting bedrijven. “Stimuleer als overheid de werkgelegenheid, steun de winkelier op de hoek, de grote bedrijven op het industrieterrein en biedt ruimte aan nieuwe geïnteresseerde bedrijven.”

Bedrijven in de gemeente Voorst zijn relatief goed door de crisis gekomen, meldt Pim Oostendorp, voorzitter Werkgeverskring Voorst. “Wellicht dankzij de diversiteit, hoewel we ook veel bouwbedrijven hebben. Die zijn allemaal overeind gebleven zonder overheidssteun, het zijn goede ondernemers die erop zitten. Wel hebben buitendorpen zoals Klarenbeek, Voorst, Wilp en Terwolde net als elders in het land problemen met het winkelbestand.”

De gemeente Voorst telt een groot aantal forenzen, een gunstig gegeven voor de economie, aldus bestuurslid Peter van de Pol. “Dankzij hun bestedingspatroon blijven de voorzieningen op peil. En dat is van belang voor een prettig woon-werkklimaat. We zitten gelukkig niet in een krimpscenario.” Werkgeverskring Voorst, die dit jaar twintig jaar bestaat, telt momenteel zo’n veertig leden. Naast Oostendorp (BMO Bedrijfsmakelaardij) en Van de Pol (Schoneveld Breeding) bestaat het bestuur uit Edwin Boekhorst (secretaris, Rabobank Apeldoorn e.o.) en Marck Slaghekke (penningmeester en vicevoorzitter, Van Drimmelen Noordman Slaghekke notariaat). Uitbreiding is het devies. “De potentie is er, er zijn genoeg goede bedrijven om door te groeien naar zestig leden”, aldus Oostendorp. “Ook willen we ons secretariaat uitbouwen, want met maar vier bestuursleden is het lastig zaken te verwezenlijken.”

Onvoldoende besef
Beiden geven aan dat de overheid onvoldoende beseft hoe belangrijk een goed draaiend mkb en dito middenstand zijn voor een gemeente. Oostendorp: “Bedrijven zijn essentieel voor de voorzieningen in de dorpen en ook verenigingen draaien dankzij sponsoring van ondernemers, de overheid heeft hier geen budget voor. Ik begrijp dat we in het groene hart van de Stedendriehoek zitten, maar de gemeente heeft te weinig oog voor het feit dat er geen ruimte meer is op ons bedrijventerrein.” De crisis heeft wel geholpen om de overheid op andere gedachten te brengen, meent Van de Pol. “Met groene slootkanten en mooie bermen wordt geen OZB betaald, door mensen met een baan wel! Dus stimuleer als overheid de werkgelegenheid, steun de winkelier op de hoek, de grote bedrijven op het industrieterrein en biedt ruimte aan nieuwe geïnteresseerde bedrijven.”

Op dit moment zit Voorst vol en worden potentiële nieuwe bedrijven doorverwezen naar Apeldoorn of Deventer. Geen goede ontwikkeling, aldus beide bestuursleden. “Bedrijven die 10.000 vierkante meter nodig hebben, moet je hier inderdaad niet willen, maar het is goed om ruimte te houden voor groei van bestaande bedrijven of voor kleine nieuwe bedrijven.” Ook wil de Werkgeverskring Voorst vol inzetten op Cleantech om nieuwe kansen te pakken. “Allereerst zullen ondernemers dit initiatief moeten omarmen. Dat betekent dat wij hen dienen te overtuigen van nut en noodzaak. Wat zijn de voordelen als het gaat om geld, uitstraling en saamhorigheid. We houden ontwikkelingen nauwlettend in de gaten om op het juiste moment aan te kunnen haken.”

Betere ontsluiting
Een ander punt waar de Werkgeverskring Voorst bovenop zit, is het doortrekken van de westelijke randweg in Twello. “Heel belangrijk voor een betere ontsluiting. Daarom hebben wij er onlangs ook namens tachtig bedrijven op ingesproken in de gemeenteraadsvergadering. Met name de verkeersveiligheid heeft daarbij onze aandacht. Iedereen heeft baat bij een goede aan- en afvoer van vrachtwagens naar bedrijventerreinen, zowel inwoners als de bedrijven. Momenteel zie je nog te veel not in my backyard reacties, terwijl de gemeente eigenlijk naar de grootste gemene deler moet kijken.”

Oostendorp en Van de Pol stippen vervolgens nog een ander actueel onderwerp aan: de participatiemaatschappij. Ook hier weet de overheid bedrijven te vinden. “Bedrijven zijn zeker bereid deze handschoen op te pakken om te komen tot meer werkgelegenheid en meer inclusiviteit. Maar voor kleinere bedrijven is het risico te groot. Die kunnen het zich in tegenstelling tot grotere bedrijven niet veroorloven mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen”, stelt Van de Pol. Ook het feit dat de overheid dit als verplichting oplegt, stuit sommige ondernemers tegen de borst, zegt Oostendorp. “In plaats daarvan kan de politiek beter meedenken met werkgevers om gezamenlijk iets op te zetten.”

Het gevoel dat bij beide bestuursleden overheerst, is dat de gemeente de bedrijven in Voorst onvoldoende vertegenwoordigt en te weinig opkomt voor de ondernemers. “Het ontbreekt aan dienstbaarheid aan het bedrijfsleven en op sommige vlakken ook aan deskundigheid. Dat maakt het moeilijk om een goede inhoudelijke beoordeling te maken en resulteert dan in het precies volgen van de regeltjes”, aldus Van de Pol. De Werkgeverskring Voorst wil bij alle ontwikkelingen als spreekbuis fungeren voor de bedrijven. Oostendorp: “Dat is nodig om iets te bereiken, we willen meedenken met de overheid. De kring is geen netwerkclub. Weliswaar kent elk bedrijf zijn eigen dynamiek, maar er zijn toch een aantal gemeenschappelijke uitdagingen. Daarom willen we de kring verder verstevigen en door het halen en brengen van kennis leden helpen sneller hun doelen te bereiken.” Het bestuur kijkt intussen al verder vooruit, naar de gemeenteraadsverkiezingen in 2018. “We gaan nu al lobbyen om de uitbreiding van het bedrijventerrein op de agenda te krijgen.”

- Advertentie -