Dit hier is de binnenstad van Roermond. Als we de historische gevels buiten beschouwing laten ziet dit er op ooghoogte precies hetzelfde uit als elk winkelgebied in iedere willekeurige stad. Ik struin hier met mijn lief door de miezerregen. Zij beschouwt het als funshoppen. Ik meer als een verplicht parcours op weg naar een mok glühwein of een portie bitterballen. Het is echt zo’n dag dat een trap tegen een weggegooid blikje opluchting biedt.

“Ik vind die kaalslag onder winkels echt niet zo vreemd,” mopper ik. “Kijk om je heen. Alleen al in dit stukje straat. Drogisterij, schoenenzaak, vrouwenmode, schoenenzaak, drogisterij, vrouwenmode, schoenenzaak, vrouwenmode, schoenenzaak, parfumerie. Vroeger deden ambachtslui als de hoefsmid, de touwslager, de ketellapper en de kantklosser hun nering. Hun spullen hebben we niet meer nodig, dus die zijn verdwenen. Het lijkt me dat tegenwoordig iedereen wel voldoende schoenen en tassen heeft. Dus nu zijn al díe winkels overbodig.”

Mijn lief vindt het kennelijk een absurde gedachte dat iemand genoeg schoenen of tassen kan hebben. Met een meewarige blik vraagt ze: “En hoe verklaar je dan dat schoenenzaken die failliet gaan, weer overgenomen worden door andere schoenenzaken?” Ze voegt er direct aan toe: “En die verklaring dat winkels verdwijnen vanwege internet, kun je ook uit je redenatie wissen. Webwinkels openen inmiddels fysieke winkels om meer service en klantvriendelijkheid te kunnen bieden.”

We gaan via een passage onder een snelweg door. Aan de overkant is een soort kopie van de Efteling in elkaar gemonteerd. “Wat is dit dan in vredesnaam?” vraag ik. “De Designer Outlet,” weet mijn lief. “De bekende modemerken bieden wat er nog niet verkocht is van hun vorige collecties aan tegen vrolijk makende prijzen. Er wordt overigens gefl uisterd dat ze speciaal voor de outletverkoop extra produceren. En kijk eens om je heen, alleen in dit stukje. Schoenenzaak, vrouwenmode, schoenenzaak, schoenenzaak, vrouwenmode, vrouwenmode. Je ziet zelf hoe ontstellend druk het is. En iedereen sjouwt met volle tassen of gaat dat vanmiddag nog doen. Dus eh… als er nog iemand een trendwatcher nodig heeft, doe je er slim aan om niet te solliciteren.”

Tegen zoveel werkelijkheid in strijd met mijn redeneervermogen ben ik niet bestand. “Je hebt gelijk, lief. Ik geef het op hier nog iets zinnigs over te zeggen. Wil je een ijsje?” “Schat, het is hartje winter!” En zo slaag ik er toch nog in om een mok glühwein te bemachtigen.

 

Pluisje

- Advertentie -