Ik sprak laatst met een deurwaarder. Gelukkig vond het gesprek niet plaats voor mijn deur. We konden dus onbevangen met elkaar praten over die even hardnekkige als tenenkrommende trend in ondernemersland om de vermelde betalingstermijn op facturen te beschouwen als een geinige suggestie.

Ik ken ondernemers bij wie de stoom uit de oren komt (en lichtelijk paars uitslaan) wanneer hun rekeningen niet op tijd betaald worden. Vervolgens is het echter lastig om die woede om te zetten in een succesvolle actie. Ik ben zelf meer van het gematigde type. Ik begin na een week of twee na het verstrijken van de uiterste betalingsdatum met een in mijn ogen vriendelijk klinkend mailtje, waarin ik vertel over mijn proviandkast, waarin ik nog een ruime voorraad blikjes sardientjes en tomatenpuree bewaar. Ik vermeld er dan bij dat een dergelijk dieet smakelijk en voedzaam is, maar na verloop van tijd toch behoorlijk gaat vervelen.

Niet doen, maakte de deurwaarder me duidelijk. “Leuk doen is niet de juiste aanpak.” Hij gaf me allerlei tips over hoe serieus om te gaan met deze materie. Zoals direct na het voltooien van de opdracht even bellen met de vraag of alles naar wens is verlopen. En na de laatste betaaldag zonder aarzelen contact blijven houden. Daarbij de toon alsmaar dringender laten klinken. Uiteraard zonder de inzet van termen als zakkenwasser, hufter of onbetrouwbaar sujet. “Dat snap ik,” knikte ik. “Het laatste wat ik wil is de goede band met mijn opdrachtgevers in gevaar brengen.” “De vraag is,” wierp de deurwaarder tegen, “wat die goede band waard is als jij je spaargeld moet aanspreken omdat die fijne relatie wel op tijd jouw werk afgeleverd wil zien, maar daarna je factuur stof laat verzamelen.” “Hij kan het financieel moeilijk hebben”, zei ik. “Het zijn zware tijden. Wie het fatsoen heeft om te melden dat er problemen zijn, kan rekenen op mijn coulance. Dat levert me in ieder geval een morele voorsprong op bij volgende opdrachten.” De deurwaarder begreep het dilemma. Hij biechtte zelfs op dat hij het aanzienlijk makkelijker vond om openstaande rekeningen voor zijn klanten te innen dan de rekeningen van zijn eigen kantoor.

“Tja”, zuchtte ik, “dan doe ik je wellicht een plezier als ik mijn recept van sardientjes met tomatenpuree met je deel.”

Schud de laatste munten uit je portemonnee en schaf bij een supermarkt met een Duits klinkende naam de benodigde blikjes aan. Vraag aan buren of vrienden of ze nog oud brood overhebben voor vogeltjes in nood. Speur in je keukenkasten naar potjes met de laatste restanten van gedroogde kruiden. Uiterste verkoopdatum geen bezwaar, zolang het nog maar enigszins groenig oogt. Open de blikjes. Giet in geen geval de olie in de gootsteen. Verwijder de graatjes uit de visjes. Leg de sardientjes op een bakplaat en bestrooi ze met het kruidenoverschot en wat broodkruimels. Maakt het geheel smeuïg met de bewaarde olie. Gril de sardientjes gedurende tien minuten. Smeer de tomatenpuree op het restant van het brood van de buren. Herhaal dezelfde procedure alle volgende dagen.

Eet smakelijk.

Pluisje

- Advertentie -