In vergelijking met de kolossale windmolens die de laatste decennia ons landschap bepalen, zijn de afmetingen van de turbines van Blue Tree Energy – waarvan Wind Energy Holland de dealer is – uiterst klein. De prestaties zijn daarentegen groot. Aan de kust levert een turbine ongeveer 2850 kWh per jaar op. In het binnenland is de gemiddelde opbrengst afhankelijk van plaats en hoogte. Algemeen directeur Bob Kiezebrink en commercieel directeur Bertil Singer geven uitleg.

Hoe ontstond het idee om een nieuw soort windmolen te ontwikkelen? Bertil Singer: “Het klinkt misschien vreemd, maar ik heb een passie voor wind. Als twaalfjarig jongetje was ik al een fanatieke zeiler en surfer. Als lid van de zeeverkenners ging ik me verder verdiepen in windkracht. Ik dook de geschiedenis in en verbaasde mij erover dat sinds de Industriële Revolutie – het moment in de historie dat de mensheid een grote behoefte kreeg aan energie – de aandacht eenzijdig uitging naar olie. Windenergie is eigenlijk altijd een ondergeschoven kindje geweest. Terwijl de potentie daarvan toch enorm is. Pas de afgelopen twintig á dertig jaar is men echt over de mogelijkheden van windenergie na gaan denken. Na een carrière in de financiële dienstverlening startte ik in 1999 met mijn eerste project op dit gebied. Een kleinschalig windmolenpark, waarbij de turbines het uiterlijk hadden van de traditionele Hollandse molens, met nieuwerwetse technologie in de kop en hotelfaciliteiten in de schacht. Helaas stuitte het project vanwege de Vogelrichtlijn op problemen met vergunningen. Daarna was ik betrokken bij een onderzoek naar de mogelijkheden van een klein model windmolen. Dat verhaal eindigde met onenigheid en procedures. Maar het schaalmodel bewaarde ik in mijn kantoor. En toen kwam Bob op bezoek.”

Bob Kiezebrink: “Ik zag meteen wat er mis was aan dat schaalmodel. Het ontwerp remde zijn eigen vermogen. Ik beloofde Bertil dat ik er tijdens mijn vakantie in Spanje eens naar zou kijken. Ik heb ook veel gesurft en als uitvoerder in de bouw doe ik veel hijswerk met grote objecten. Dan moet je altijd rekening houden met de wind. Aan de rand van het zwembad in Spanje kwam ik tot drie conclusies. Een turbine moet zoveel mogelijk wind vangen, de vorm moet stevig zijn en de curve optimaal. De schets had ik binnen een dag klaar en aan dat concept is er tot de dag van vandaag niets meer veranderd.”

Bertil Singer: “De compacte windmolen onderscheidt zich door het slimme en solide ontwerp. De constructie draait als één geheel, omdat de rotorbladen aan de buitenrand zijn bevestigd. Bovendien draait de constructie automatisch naar de wind. Hierdoor wordt dag en nacht het hoogst mogelijke rendement behaald. De miniturbine overstijgt het geluid van de wind nooit. Zelfs bij harde wind is er geen sprake van geluidshinder.”

Het enthousiasme in de markt was ongetwijfeld meteen groot?
Bertil Singer: “Eerst zijn we met meerdere partijen onder uiterste geheimhouding verder gegaan. Totdat we de patenten binnen hadden. Sinds 1 januari dit jaar hebben we die in handen. Zelfs voor het gebruik als verneveling en sneeuwkanonnen. We wisten met het prototype meteen een professor van de TU Delft verbluffend te overtuigen. Hij was sceptisch over het rendement, totdat wij een proefopstelling presenteerden. Hij viel zowat van zijn stoel. In de offshore sector zijn we al succesvol. De ‘return of investment’ voor die branche is nog geen half jaar. Want nu wordt de oliebrandstof die zij nodig hebben nog per helikopter ingevlogen. Reken maar uit wat dat kost.”

Bob Kiezebrink: “De eerste vijf van onze stille windmolens konden we plaatsen bij een ondernemer in Amersfoort. Hij had al zonnepanelen op zijn dak, maar de exposure voor zijn duurzaamheidsideaal was nul. Nu hij vijf zichtbare windturbines heeft geplaatst, heeft hij op basis daarvan een grote opdracht binnengehaald.

Want behalve een windvanger is de compacte turbine een blikvanger. De afwerking met poedercoating maakt het mogelijk om turbines te leveren in de kleuren van de huisstijl van een organisatie. Of voorzien van het bedrijfslogo of een andere reclame-uiting. Met zo’n opvallende windmolen op het dak van het bedrijfspand straalt de ondernemer duidelijk uit dat hij duurzaamheid serieus neemt.”

Bertil Singer: “We hielden een presentatie op Terschelling. Daar werd ons meteen duidelijk dat de mensen van de Waddeneilanden onafhankelijk willen zijn en dus ook hun eigen energie willen opwekken. Op de locatie waren veel meer mensen aanwezig dan we hadden uitgenodigd. De provincie Friesland heeft inmiddels bepaald dat we daar tot tien meter hoogte vergunningsvrij mogen plaatsen. In Harderwijk zijn onze windmolens onderdeel van de realisatie van het Water leverd van andere bouwondernemingen. En in Hoofddorp is dankzij Wind Energy Holland het eerste energieneutrale verkeersplein tot stand gekomen. Met melkveehouders en koelbedrijven zijn we nu enthousiast bezig.”

In het buitenland kan het ook flink waaien?
Bertil Singer: “In Brazilië bijvoorbeeld. Daar gaan we werken in gebieden waar nauwelijks infrastructuur ligt voor energievoorziening. Datzelfde geldt voor Argentinië, Uruguay en Iran.

Bob Kiezebrink: “Ik ben al vijfentwintig jaar actief met mijn eigen aannemersbedrijf en ontwerpbureau. Daarnaast heb ik de kunstacademie gedaan. Ik vind het spannend om te spelen met de beleving van tijd en ruimte. Ik neem de tijd te om te experimenteren met spiegels, met licht en belevingen. Dat reflecteert een andere manier van denken. Ook over weglaten en toevoegen. En dat heeft geholpen bij de gedachten over deze nieuwe windturbine.

Wat zijn de kosten?
Bertil Singer: “Volledig geïnstalleerd en afhankelijk van locatie en plaatsing, gaat het om 7.500 tot 8.000 euro. Laten we eerlijk zijn: de terugverdientijd hangt helemaal van de locatie af. De energieopbrengst is uiteraard het hoogste aan de kust. Daar geldt een terugverdientijd van ongeveer 10 tot 12 jaar. Op hoge gebouwen is de terugverdientijd enigszins vergelijkbaar. In de luwte van het binnenland beduidend lager.”

- Advertentie -