De drijfveren, voorkeuren en achtergronden van de ondernemer zijn onlosmakelijk verbonden met het zakelijk functioneren. Die gedachte is voor Driesteden BUSINESS aanleiding om elke twee maanden een aantal ondernemers bij het krieken van de dag te trakteren op een ontbijt in restaurant ’t Diekhuus in Terwolde. Als de ochtend ontluikt en de dagelijkse beslommeringen zich nog schuilhouden achter de horizon, is de ontbijttafel de behaaglijke plek om ontspannen over jezelf te keuvelen.

Beter plannen
Bas Huijzer vertelt dat hij het lastig vindt om de juiste balans te vinden tussen werk en privé. “Mijn vrouw grijpt af en toe in als ze vindt dat we wat meer tijd samen moeten doorbrengen. Zij neemt mij dan in bescherming. Ik ben me ervan bewust dat ik beter moet plannen. Ik dwing mezelf al om vaker te gaan sporten. Een ander aspect van het ondernemerschap heb ik beter onder de knie. Ik heb een visie en over het algemeen volg ik daar een duidelijke lijn in. Tegelijkertijd besef ik mij terdege dat we de visie met het hele team uit moeten dragen. Mijn grootste kracht ligt bij het samenwerken met een groep mensen om hetzelfde doel na te streven. Mijn businesscase is opgebouwd uit klanttevredenheid en de tevredenheid van de medewerkers.”

De kunst van teamwork
“Ik moet nog leren dat genoeg ook genoeg is,” zegt Martin Kleine Schaars. “Als ik bezig ben met een project en mijn opdrachtgever is allang tevreden, dan hou ik de neiging om nog meer perfectie aan te brengen. Ik ben overigens bang dat ik dat niet meer aan mezelf kan veranderen. Ik heb mijn eigen team en daarnaast kent elk project ook een eigen team. Ik koester die teams en daar ligt mijn kracht. Je moet het samen doen. De kunst van teamwork ligt bij respect voor iedereen en het openstaan voor de ideeën van anderen.”

Kwetsbaar opstellen
Gerard Mulder vertelt: “Bij een vorige organisatie heb ik op een bepaald moment afscheid moeten nemen van een aantal mensen. Bij Altios is een aantal daarvan weer bij mij komen solliciteren. Op een of andere manier – en het is niet dat ik daar bewust mee bezig ben – spreekt mijn openheid en mijn directheid mensen aan. Ik leg gewoon op tafel waar ik mee zit en dan ben ik ook heel kwetsbaar. Die kwetsbaarheid heeft me overigens nooit in de weg gezeten. Zo stel ik me op tegenover mijn medewerkers en tegenover mijn relaties. Het is een karaktereigenschap waar ik zelf wel trots op ben. De afgelopen jaren heb ik mijn best gedaan om verstandiger om te gaan met mijn neiging tot perfectionisme. Ik heb managementtrainingen gevolgd en daar zei ik dat ik soms helemaal gek werd van mezelf. Mede door die cursussen heb ik beter leren relativeren. En beter leren luisteren. In het verleden was ik vaak zelf aan het woord. Nu weet ik dat je er pas achter komt wat er in je team speelt, als je kunt luisteren.”

Alle details
Bas Huijzer noemt mensen met passie voor hun vak zijn grootste inspiratiebron. “Ik kan bijvoorbeeld geïnspireerd raken door een gastheer of gastvrouw in een restaurant die op alle details let. Zoals even met een paraplu meelopen naar je auto als het regent. Ik hou van mensen die het leven vieren en daardoor openstaan voor veel verschillende gedachten en inzichten.”

Essentie van het vak
Voor Martin Kleine Schaars vormt de Nederlandse architect Rem Koolhaas een grote inspiratiebron. “Ik heb met hem mogen werken tijdens een prijsvraag van het Nederlands Architecten Instituut. Hij is altijd vernieuwend; het is iedere keer uniek wat hij ontwerpt. Over de hele wereld is hij actief. Zijn ontwerpen raken de samenleving. Hij laat zich leiden door de vraag hoe mensen met elkaar omgaan in kantoren, in theaters… in musea. Daarmee heeft hij het denken over architectuur veranderd. Een andere inspirator is de Zwitserse architect Peter Zumthor. Hij houdt zich niet bezig met hoe een gebouw eruit ziet, maar met hoe een gebouw aanvoelt.

Daarom speelt hij met verrassende materialen en in elkaar vloeiende vormen. Ik noemde het boek De Kathedralenbouwers al. Ik ben gefascineerd door de prachtige en knappe constructies van oude gebouwen. Als ik me in de oude bouwkunst verdiep is dat voor mij een zoektocht naar de essentie van het vak.”

Dromen najagen
Gerard Mulder weet zich geïnspireerd door Steve Jobs en Richard Branson. “Beiden hebben wezenlijke veranderingen teweeg gebracht. Het interessante aan Steve Jobs was dat hij overal bij betrokken wilde zijn. Tot aan het kleinste schroefje aan toe. Ik wil ook altijd precies weten wat wij leveren en soms betrap ik me op micromanagement. Dat is tevens een valkuil. Ik kan bewondering opbrengen voor controlefreaks, maar ik probeer die benadering bij mezelf te temperen. Als ik kijk naar Richard Branson, dan ontkom ik niet aan de gedachte dat zo goed als alles mogelijk is als je je dromen na durft te jagen. Ik geloof ook heel erg in het uitwisselen van ideeën. Met branchegenoten en zeker ook met mensen buiten mijn vakgebied. In je eentje kun je snel gaan, maar samen kom je verder.”

Klappers op het water
In zijn jongensdromen wilde Bas Huijzer auto-ontwerper worden. “Sinds ik kan praten vind ik auto’s interessant en dat is nooit meer overgegaan. Daar kwam een andere passie bij. In mijn vroege tienerjaren was ik dol op watersport: surfen, zeilen en kanoën. Voor het surfen had ik een aardig talent. Tot mijn zestiende heb ik echt gewerkt aan een profcarrière. Ik had al een semi-profcontract, Helaas kreeg ik op mijn vijftiende een vrij ernstig ongeluk tijdens het surfen. En daarna maakte ik opnieuw twee serieuze klappers. De sportcarrière was daarmee in de kiem gesmoord. En hoewel ik gemakkelijk leerde, was ik niet zo te porren om mijn best te doen op school. Als ik toen wat meer discipline had op kunnen brengen, was ik wellicht bestuurskunde gaan studeren, of architectuur of rechten. Al met al ben ik tevreden met hoe ik terecht ben gekomen.”

Toverkunst
Martin Kleine Schaars: “Volgens mij kiest ongeveer zestig procent van de kinderen het beroep van de ouders. Mijn vader was leraar in de bouw. Ik kwam vroeger veel op bouwplaatsen en wilde uitvoerder worden. Of bouwcoördinator. Op de hts bleek dat ik ook wel redelijk kon ontwerpen en daar ben ik mee doorgegaan.”
Gerard Mulder wilde vroeger meubelmaker worden. “Het leek me gewoon prachtig om dingen te maken die er nog niet waren. Dat is nog steeds een drijfveer. Mijn aandacht ging een andere kant op toen mijn oom en tante via een pc-privéproject twee computers aan konden schaffen. Een daarvan ging naar mijn ouders. Ik was gefascineerd. Je moest je de basis aanleren, anders deed een computer niets. Nachten was ik bezig om het programmeren onder de knie te krijgen. Als er iets lukte, leek het op toverkunst.”

- Advertentie -