Met de invoering van de Participatiewet wil het kabinet meer participatie op de arbeidsmarkt en minder uitkeringsafhankelijkheid bewerkstelligen. In het sociaal akkoord is afgesproken om meer mensen met een beperking te laten participeren op de arbeidsmarkt. In 2026 moeten in totaal 125.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking gerealiseerd zijn.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt 35 miljoen euro extra beschikbaar voor de invoering van de Participatiewet. Dit is bedoeld voor de inrichting van de regionale Werkbedrijven die een belangrijke rol krijgen bij de uitvoering van de Participatiewet. In deze bedrijven werken gemeenten in de arbeidsmarktregio’s samen met UWV, regionale werkgevers, vakbonden en onderwijsinstellingen. Voor elk van de 35 Werkbedrijven komt 1 miljoen euro beschikbaar. Volgens de staatssecretaris is er succes bij een goede samenwerking in de regio.

De hogere directe kosten van het werken met mensen met een arbeidsbeperking ten opzichte van reguliere medewerkers voor werkgevers worden betaald door de overheid. De belangrijkste indirecte kostenpost betreft aansturing en coördinatie door de werkgever. Bij het werken met mensen met een arbeidsbeperking zijn voor werkgevers tegemoetkomingen mogelijk, alsmede diverse baten die kunnen ontstaan door bijvoorbeeld het voldoen aan social returnverplichtingen, reshoring en jobcreation, het voorkomen van de eventuele quotumheffing en het verzilveren van maatschappelijk verantwoord ondernemen

Het werven, selecteren en duurzaam begeleiden van mensen met een arbeidsbeperking vergt expertise, wat kansen biedt voor private intermediairs en SWbedrijven. Koppeling van de behoeften en mogelijkheden van de werkzoekende aan de vraag en mogelijkheden van de werkgever is cruciaal.

UWV en gemeenten hebben belang bij het naar werk begeleiden van mensen met een arbeidsbeperking. Gemeenten zetten instrumenten verschillend in, waarbij het voor de gemeente financieel het meest gunstig is om mensen met hoge loonwaarde aan het werk te helpen.

Werkzoekenden gaan er in bepaalde gevallen financieel op vooruit als ze gaan werken en in bepaalde gevallen gaan ze er niet financieel op vooruit. Uit de analyse van de bruto en nettolonen van werkende mensen met een arbeidsbeperking blijkt dat mensen uit de doelgroep van de Participatiewet die gaan werken, er veelal financieel op vooruit gaan als ze een hoog parttimepercentage hebben. Mensen in de Participatiewet met een laag parttimepercentage gaan er alleen op vooruit als ze een medische-urenbeperking hebben of als de gemeente besluit om een individuele werkbonus te geven.

Ten slotte geeft het kabinet aan het arbeidsquotum in te voeren indien het met sociale partners afgesproken aantal mensen met arbeidsbeperking niet in dienst wordt genomen. Het voorkomen van de eventuele quotumheffing kan ook beschouwd worden als een relatief harde indirecte bate.

- Advertentie -