Van een soepfabriek zou je verwachten dat alle inspanningen erop gericht zijn om de lekkerste soep ter wereld te maken. De werkelijkheid is helaas anders. Wie de baas is van een tomatensoepfabriek doet vooral zijn best om soep met zo weinig mogelijk tomaten te brouwen. De gehaktballetjes zijn allang vervangen door iets sponzigs dat waarschijnlijk gekneed is uit een mengsel van witte bonen en de ingewanden van een schaap. Gelukkig zijn er lokale initiatieven die de tomatensoep weer in ere herstellen. Laat ze in vredesnaam niet te groot worden.

Er was een tijd dat marktwerking nog weinig grip had op verzekeringen, medische zorg, openbaar vervoer, gas, water en elektriciteit. Het belang van consumenten en cliënten kwam toen wellicht ook niet op de eerste plaats, maar de directeuren van toen wekten in ieder geval de indruk dat ze hart hadden voor de zaak.

In ongeveer dezelfde tijd had elk dorp en iedere stad minimaal één eigen gerespecteerde huis-aan-huiskrant. Dagelijks rukte een forse meute van wakkere verslaggevers uit om de lezers tot in detail op de hoogte te houden van alle wetenswaardigheden van de eigen woonomgeving. Liefdevol werd er gesproken over plaatselijke sufferdjes. Zij hielden het verenigingsleven bloeiend, zorgden voor bekendheid van het culturele aanbod en wisten de bestuurlijke klasse scherp in de gaten te houden. Want dat deden ze er en passant bij.

Het ging mis toen de grote opkopers de boel overnamen en de ene titel na de andere om zeep hielpen. Als je niets met lokale kranten hebt, blijf er dan met je tengels vanaf, zou je zeggen. In het achtergelaten spoor van vernieling bleven vouwblaadjes over met een minimum aan journalistieke waarden.

Van een krantenuitgever zou je verwachten dat alle inspanningen erop gericht zijn om de beste krant ter wereld te maken. De werkelijkheid is helaas anders. Wie nu de baas is van een uitgeverij van kranten en huis-aan-huisbladen doet zijn best om zo weinig mogelijk vormgevers, journalisten en fotografen in te schakelen. De uitbaters denken het meeste rendement te halen uit lokale en regionale kranten waar helemaal geen vakmensen meer aan te pas komen.

Wie zo naïef is om op lokaal niveau nog een persbijeenkomst te organiseren, kan rekenen op de aanblik van lege stoelen. Diverse gemeenten hebben inmiddels zelf maar een journalist ingehuurd, omdat er anders niemand meer verslag doet van raadsvergaderingen. Toegegeven: dat is wat anders dan het scherp in de gaten houden van de bestuurlijke elite, maar zo blijven de inwoners toch enigszins op de hoogte van wat er zich afpeelt in hun stad- of gemeentehuis.

In wat er nog rest na de kaalslag kunnen bedrijven, clubs, particulieren en overheden hun berichten laten plaatsen zonder tussenkomst van een waakzaam oog, een luisterend oor of een speurneus. Als u gevoel voor humor heeft, weet u daar vermoedelijk wel raad mee.

Graag had ik dit stukje afgesloten met fijne woorden over hoopvolle lokale initiatieven. Ongeacht of die op papier of online hun functie vervullen. De behoefte aan nieuws van dichtbij is immers onverminderd groot. Net zoals de behoefte aan voedzame en lekkere soep. Het blijft echter tobben. Voorlopig… mag ik hopen.

Pluisje

 

- Advertentie -