Op donderdag 26 maart eert Driesteden BUSINESS het meest klantvriendelijke bedrijf van de regio met de sterkste schakel Trofee. klantvriendelijkheid is een loffelijk streven. Wie volledig naar tevredenheid geholpen wordt, deelt die ervaring graag met anderen. nog gretiger evenwel worden verhalen over klantonvriendelijkheid rondgebazuind. ik doe daar graag aan mee.

Zo logeerde ik enige tijd terug in een Noors stadje. Bij aankomst ging het meteen mis. Het pension – het was al laat, hartje winter en het sneeuwde genadeloos – was in duister gehuld. Slechts dankzij het schijnsel van mijn iPhone ontwaarde ik een briefje aan de gevel waarop een 06-nummer stond vermeld. Dat leverde geen gehoor op. Bij een van de buitenappartementen schopte ik nijdig tegen een deurmat. Daaronder glipte een sleutel tevoorschijn. En wat doet een mens dan bij vijftien graden vorst? Hij maakt daar dankbaar gebruik van. Verwarming aan, nog even bijkomen van de reis en lekker onder de wol.

In de vroege ochtend werd ik wreed gewekt door gebonk op de deur. Daar stond Knut – van het type verlepte snor en een lodderige oogopslag. Hij was naar eigen zeggen door de eigenaar aangesteld om de accommodatie te runnen in het laagseizoen. En nee, hij wist niets van mijn boeking. Ik deed mijn best om uitleg te geven, maar zelfs de uitgeprinte bevestiging kon hem niet echt overtuigen. Een gast die zijn rust verstoorde, beviel hem kennelijk niet. Hij besloot enkel om mij te gedogen. En dat hield onder meer in dat hij ’s avonds al een dienblad met een karig ontbijt op de deurmat achterliet. Telkens als ik na een dagje toeristisch vermaak zijn gehavende auto op de binnenplaats zag staan, ging ik hem lastigvallen in het hoofdgebouw. De eerste keer vroeg ik om roomservice. Dat was tegen het zere been. “Was je appartement schoon toen je er illegaal binnendrong?” Ik moest dat beamen. “Dus aan wie ligt het dan dat het nu niet meer in dezelfde staat is? Nou? En mocht je schone handdoeken willen, dan heb je pech. Er is ingebroken in mijn washok. Je kunt tegenwoordig niemand meer vertrouwen.” Ik haalde mijn schouders op en vertrok, met een blik op een drumstel in de hoek van de hal, met een scheur van jewelste in de grote trom.

Op een avond sprak in het plaatselijk café een zekere Morten. Hij was de leider van een show- en dansorkest. Knut kende hij wel. “Hij heeft een drumstel van ons geleend en nog steeds niet teruggebracht.”

Een andere keer informeerde ik bij Knut naar de mogelijkheid van een gebakken eitje bij het ontbijt. Graag met spek of ham. Met de schijn van behulpzaamheid ging hij even kijken. Uit de keuken hoorde ik het geluid van dichtslaande kastdeurtjes en zijn stem eroverheen: “Empty, empty, empty.”

Net voor mijn vertrek duwde Knut mij een bezem en een vuilniszak in de handen. “Roomservice nieuwe stijl,” grijnsde hij. Ik plantte de bezem in de hoek, knoopte er de vuilniszak omheen en plakte er een memoblaadje op met de boodschap: “Thank you for everything. PS: Morten komt vanmiddag zijn drumstel ophalen.”

 

- Advertentie -