Dit jaar bestaat het raadgevend ingenieursbureau Witteveen+Bos 70 jaar. Opgericht in Deventer en de stad door de jaren heen trouw gebleven. Onveranderd deskundig, betrouwbaar en betrokken in opdrachten. Maar wel steeds in ontwikkeling om aan de top te blijven.

Oprichter Willem Gerrit Witteveen was in 1946 een autoriteit in Nederland. Schoonzoon van de bekende socialist en volkshuisvester Floor Wibaut en één van de eersten met een stedenbouwkundige opleiding. De geboren Deventenaar werd benoemd tot stadsarchitect van Rotterdam, maar zijn plan voor de wederopbouw van de stad na het bombardement van mei 1940 kreeg de handen niet op elkaar. Hij kreeg daarom het advies uit dienst te gaan, een compagnon te zoeken en een eigen bureau te beginnen.

Die compagnon vond hij: Goossen Bos, die zich voor de gemeente Enschede bezighield met de vuilwaterproblematiek in de stad. De mannen legden contact en binnen een uur waren ze het eens; het contract besloeg een enkel A4’tje. “Hun eerste opdracht was het ontwerp van het industrieterrein met scheepvaartverbinding naar de IJssel door middel van een moderne sluis in Deventer. Daarom is Witteveen+Bos hier gevestigd”, vertelt directeur Henk Nieboer. “Ook de stedenbouwkundige structuur rond station Zutphen is van hun hand. ‘Een ontploffing van een munitietrein had alles verwoest en zij zorgden voor een nieuw ontwerp. Steeds vanuit een organische visie en voorzichtig met het veranderen van het bestaande weefsel in een stad.”

Familiebedrijf
Kijkend naar de huidige bedrijfscultuur, is het meer het bureau van Bos geworden, denkt Nieboer. “Bos was een mensenmens die veel om het personeel gaf en een duidelijke maar positieve benadering voorstond. We zien onszelf nog steeds als een familiebedrijf. Witteveen daarentegen was meer autoritair. Maar ook top van de markt dankzij grote of complexe multidisciplinaire projecten. Dat zit ook in het DNA van ons bureau. Hij maakte in de jaren 50 een ontwerp voor een kanaal tussen Rotterdam en Antwerpen, met alle infra. Uiteindelijk is het idee niet overgenomen, maar als wij nu een dergelijke opdracht zouden verwerven, zou het nog steeds waanzinnig zijn. En zij waren destijds maar met z’n tweeën.”

Het stedenbouwkundige element verdween vrij snel en de focus binnen Witteveen+Bos kwam te liggen op infra, waterprojecten en gebouwen. In de jaren 70 kwam daar milieu bij. Het onderdeel bouw nam in de jaren 80 in omvang af doordat projectontwikkelaars gingen werken met meerdere kleine partijen, wat de concurrentie deed toenemen. De economische crisis in de jaren 80 was een moeilijke tijd voor het bureau, hoewel het er zich zonder gedwongen ontslagen doorheen wist te slaan. “Daarna ging het tot 2002 redelijk crescendo, waarbij het aantal medewerkers toenam tot circa 700. Na een terugval rond 2003 groeien we weer. De kredietcrisis zijn we dankzij de Crisis- en Herstelwet ook goed doorgekomen, hoewel er onderhuids grote verschuivingen in werkgebied hebben plaatsgevonden”, aldus Nieboer. “Door het instorten van de huizenmarkt vielen veel gemeenten en projectontwikkelaars weg als opdrachtgever en die zijn ook niet meer volledig teruggekomen.”

Inhoudgedreven
Ook in het huidige medewerkersbestand is het DNA van Witteveen+Bos nog terug te vinden. “Eind jaren 80 hebben we aan de markt gevraagd hoe men ons zou typeren. Dat leverde vier elementen op: deskundig, betrouwbaar, vriendelijk en efficiënt. Die hebben we toen meteen tot pijlers van onze dienstverlening benoemd en ze als criteria gehanteerd bij het aantrekken van nieuwe medewerkers”, zegt Nieboer. “En ook nu nog profileren we ons als deskundig, betrouwbaar en betrokken. We zijn een nuchter, typisch ingenieursbureau met inhoudgedreven mensen die houden van hun vak. En daar zijn we trots op.”

Genoemde waarden zullen ook in de toekomst een belangrijke rol blijven spelen. “Net als in het verleden blijven we wars van hypes. We zijn en blijven een raadgevend ingenieursbureau, waar inmiddels trouwens ook de nodige doctorandussen en meesters rondlopen. Problemen oplossen voor klanten blijft het uitgangspunt en daar zal altijd voldoende emplooi voor zijn”, verklaart Nieboer. “De organisatie is bottom-up en decentraal, zodat medewerkers hun taken zo veel mogelijk naar eigen inzicht kunnen vervullen. Een belangrijke voorwaarde voor flexibiliteit.”

Digitalisering
Nieuwe tijden, nieuwe uitdagingen en dat geldt ook voor Witteveen+Bos. Digitalisering is er één van. “De digitale hulpmiddelen voor het ontwerp nemen steeds meer toe. Dat betekent dat informatie over kentallen openbaar wordt en anderen kennis kunnen nemen van onze producten. Daarbij komt dat producten steeds verder te standaardiseren en te zijner tijd 3D te printen zijn. Die bouwblokken zijn ook voor iedereen beschikbaar”, stelt Nieboer. Daarnaast is internationalisering een must. “Wij moeten het hebben van grote projecten, zoals de Noord-Zuidlijn. Die zijn in eigen land a once in a lifetime. Om die kennis op peil te houden, moeten we daarom andere projecten vinden in het buitenland. Omgekeerd geldt ook dat we over de grens opgedane kennis kunnen toepassen in projecten in Nederland.”

Voor de internationalisering heeft Witteveen+Bos al een aantal locaties op het oog waar het zich graag verder zou willen ontwikkelen. “Singapore bijvoorbeeld. Vol innovatie en nieuwe technologie – zaken waar wij ons op willen profileren – en bovendien een prettige stad om in te wonen. Maar ook Centraal-Azië, waar we met 80 medewerkers aanwezig zijn in Kazachstan. Dat land willen we op termijn deels vanuit Dubai gaan bedienen. Dat is centraal gelegen, maar zes uur vliegen en er wonen veel hoogwaardige professionals.” Ook na 70 jaar is het werk niet gedaan…

- Advertentie -