De Stedendriehoek profileert zich als Cleantech Regio. De zeven gemeenten werken samen met ondernemers, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties en onderzoekers aan een energieneutrale regio en duurzame economie. In 2030 moet er in de Stedendriehoek net zoveel duurzame energie worden opgewekt als er verbruikt wordt. Dat is twintig jaar eerder dan waar de Rijksoverheid naar streeft. Een van de programma’s is gericht op het verduurzamen van vastgoed.

“De Stedendriehoek heeft zich aangesloten bij Energieke Regio, een programma dat ook elders in het land wordt toegepast,” legt Menno van Luijn uit. Hij is projectmanager van Cleantech Regio. “Energieke Regio helpt bedrijven, organisaties, verenigingen van eigenaars en woningcorporaties bij het verduurzamen van hun gebouwen.

Wij bieden ondersteuning aan ondernemers die hierin kansen zien. Wij kunnen een netwerk aanreiken van andere ondernemers die al bezig zijn met verduurzaming. Wij helpen met het aanvragen van subsidies, of met de financiering van een haalbaarheidsonderzoek. En we stellen uren beschikbaar voor hand- en spandiensten, bijvoorbeeld om een vraag van een ondernemer uit te zoeken. De belangstelling groeit. We hebben nu 21 concrete ondersteuningsvragen in uitvoering.”

Hogere productiviteit
Jurgen Wissink is mede-eigenaar van Ingenieursbureau Dijkoraad, met vestigingen in Deventer, Enschede, Zwolle en Veenendaal. “Wij kunnen vooraf met behulp van modellen precies uitrekenen wat een verduurzaming op gaat leveren aan energiebesparing. Maar het rendement is veel groter. Duurzaam vastgoed leidt tot een daling van het ziekteverzuim, een stijging van de arbeidsmoraal en daarmee van de productiviteit. Deze effecten zijn in euro’s omgerekend soms substantieel hoger dan de energiereductie.”

Langere termijn
Oene Venema is coördinator van Energieke Regio voor Noord- en Oost-Nederland. Hij is ook eigenaar van het opleidings- en adviesbureau ACVO. Het bureau is partner van ISOFastTrack, dat ondernemers helpt bij het aanvragen van het ISO 26000-certificaat. ISO 26000 is een internationale richtlijn voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties (MVO). “Het verduurzamen van vastgoed kost uiteraard geld,” zegt hij. “Maar een ondernemer kan ook in verschillende stappen de verduurzaming aanpakken. Er zijn systemen waarvan de investering gemakkelijk terugverdiend kan worden. Daarnaast zijn er veel mogelijkheden voor subsidies. De ondernemer moet vooral beseffen dat investeren in duurzaamheid rendement voor de langere termijn oplevert. Eigenlijk vind ik de te rugverdientijd van bijvoorbeeld een investering in zonnepanelen niet zo boeiend. Want het verdienmodel van verduurzaming is inderdaad veel omvangrijker dan alleen de besparing op de energierekening.”

Comfortabele werkomgeving
“Een simpel voorbeeld maakt dat meteen duidelijk,” zegt Jurgen Wissink. “In een pand met een slechte ventilatie is de CO2-concentratie snel te hoog. Bij een te hoge concentratie kan niemand de aandacht goed bij het werk houden. Het spreekt dus voor zich dat bij een verbetering van de ventilatie het werkplezier groter wordt en de productiviteit groeit.”

Oene Venema: “Bij een prettig werkklimaat speelt ook verlichting een belangrijke rol. Ik kom in veel panden waar de verlichting echt niet goed geregeld is. Met behulp van LED-verlichting is er een kans om zowel te besparen als om het comfort van de werkomgeving enorm te verhogen. Een comfortabele werkomgeving levert een vermindering van het ziekteverzuim op. Daarom is het ook raadzaam om de medewerkers te betrekken bij plannen voor verduurzaming. Wij zijn zelf gevestigd op het Ecopark in Emmeloord. Wij merken dat de omgeving en het pand de medewerkers stimuleren om ook thuis anders met duurzaamheid om te gaan.”

Verkeerd bouwen
“Er is jarenlang verkeerd gebouwd,” stelt Jurgen Wissink. “Overal om je heen zie je panden met een lichte constructie, veel glas en slechte ventilatie. Als je dan kijkt naar de vele monumentale panden die ons land nog rijk is, dan heb je het over duurzaamheid. Duurzaam betekent ook dat je de materialen niet uitput en weer opnieuw kunt gebruiken. Helaas wordt er nog steeds gebouwd vanuit een korte termijnvisie. Panden moeten gebouwd worden met het idee dat ze ooit een andere bestemming kunnen krijgen. Niet met het idee dat ze binnen veertig jaar rijp zijn voor de sloop.”

Menno van Luijn: “Het gaat nog heel vaak mis bij vastgoed dat bestemd is voor de verhuur. Dat komt omdat de lusten en de lasten ongelijk verdeeld zijn. De huurder heeft de lasten van het binnenklimaat en de energie-uitgaven. De lusten zijn voor de verhuurder. Die kan de bouwkosten laag houden en kan – in ieder geval voor een korte periode – rekenen op een hoge opbrengst. Ik verwacht daar wel een ommekeer in. Er komt een moment dat een groot deel van de huurders voor een duurzaam alternatief kiest.”

De waarde van een duurzaam imago
Oene Venema: “Als we het hebben over de voordelen van verduurzaming moeten we de waarde voor het imago van het bedrijf niet onderschatten. Duurzaamheid levert meer opdrachten en opdrachtgevers op. Dat zie je bij de koplopers.

Menno van Luijn: “De eindgebruiker stelt ook steeds hogere eisen op dit gebied. We zitten nu nog in de fase dat een duurzame ondernemer het imago van zijn bedrijf extra kan uitnutten, omdat hij nog opvalt. Er komt een moment dat niet-duurzame ondernemers de uitzondering gaan vormen.

Oene Venema: “Opdrachtgevers stellen al keiharde eisen over duurzaamheid. Producenten doen hetzelfde bij hun toeleveranciers. Bedrijven sporen elkaar aan om iets te doen. Zo komt de hele keten in beweging. Brancheorganisaties gaan hier ook in mee. Duurzaamheid hoort al als vanzelfsprekend bij aanbestedingseisen. Bovendien worden bij aanbestedingen eisen gesteld die aantoonbaar gemaakt moeten worden. Vertellen dat je goed bezig bent op het gebied van duurzaamheid volstaat echt niet meer. Je moet het laten zien.”

Nieuwe werkelijkheid
“Ik weet heel goed dat de meeste ondernemers een beperkt budget hebben om te investeren,” zegt Menno van Luijn. “Het primaire proces heeft daarom voorrang en de duurzaamheidsslag een lagere prioriteit. Ik probeer hen ervan te overtuigen dat de waarde van een investering in duurzaamheid even groot of zelfs groter is dan de waarde van een investering in het primaire proces. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en duurzaamheid zijn echt geen trends meer, maar vormen een nieuwe werkelijkheid en zijn voorwaarden om succesvol te ondernemen. Het is voorspelbaar dat goederen die duurzaam geproduceerd zijn en panden die duurzaam gebouwd of gerenoveerd zijn, meer waarde zullen krijgen dan goederen en panden waarvoor dat niet geldt. De vragen vanuit de markt zullen dat gaan afdwingen.”

Oene Venema: “In ieder geval bij het midden- en kleinbedrijf doet tachtig tot negentig procent van de ondernemers al heel veel aan MVO. Ze treden daar overigens nauwelijks mee naar buiten. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is inderdaad de nieuwe werkelijkheid. De jonge generatie voelt zich het meest aangesproken door een werkgever die bekend staat als innovatief, vernieuwend en maatschappelijk betrokken.”

Menno van Luijn: “Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar elke trendwatcher weet dat de generatie die straks de arbeidsmarkt betreedt het belangrijk vindt om de wereld mooier en beter te maken. Op basis daarvan maken deze werknemers van de nabije toekomst de keuze waar ze wel of niet willen werken. De ondernemer van nu moet daar ernstig rekening mee houden.”

- Advertentie -