uomo turistico (m/v; zelfst. nmw.) Mensensoort die zich gedraagt als kuddedier. Komt in enorme aantallen voor in grote steden. Voedt zich met pizza, shoarma, hamburgers en patat. Voelt zich aangetrokken tot drinkplaatsen in de open lucht en achter gevels met een Amerikaanse logo. Hult zich graag in korte broek en felkleurig shirt met palmbomenmotief. In de buidel om de buik bewaart de uomo turistico muntjes om goedkoop eten te vangen. Dichtbij zee worden exemplaren aangetroffen met een opgeblazen krokodil onder de arm.

Buitenlandse toeristen zijn een goudmijn. Volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek gaven ze vorig jaar 21 miljard euro uit in Nederland. Dat is 1,3 miljard meer dan het jaar ervoor. Het aantal overnachtingen steeg met ruim zes procent.

Nu is er wel een probleem met het gedrag van die toeristen. Ze reizen soms duizenden kilometers om ons land te bereiken, maar als ze eenmaal hier aangekomen zijn, hebben ze de actieradius van een slak. Massaal kiezen ze voor de hoofdstad en daar blijven ze in de drukste gebieden rondsukkelen. Ik snap dat Aziaten, Italianen, Britten, Argentijnen en Amerikanen benieuwd zijn naar het Rijksmuseum, het Van Goghmuseum, het Stedelijk en het legaal blowen. Ik kan ook nog wel begrijpen dat ze zich in volle rondvaartboten laten duwen of in pendelbussen naar tulpen en molens. Maar na een dag of twee, drie heb je dat toch wel gezien, zou je zeggen.

Niet dus. Kijk maar naar de cijfers van de hotelovernachtingen. Dat zijn er in Amsterdam bijna 14 miljoen. De hoofdstad heeft er in één maand meer dan de rest van het land per jaar, aldus het CBS. En dan zijn de onofficiële overnachtingen niet eens meegeteld. Intussen klagen de Mokummers die niet uit de goudmijn plukken steen en been over het geratel van wielkoffertjes, nachtelijk gelal, overblijfselen van ongezond voedsel en zwalkend volk op de fietspaden en rijbanen. Potentiële bezoekers die o zo graag aan de kermis mee willen doen mopperen ook, omdat ze nauwelijks een hotelkamer kunnen bemachtigen.

In mijn hoedanigheid als buitenlandse toerist in Duitsland, sprak ik meerdere mensen met de bijna onbedwingbare behoefte om naar Amsterdam af te reizen. Maar ja, veel maanden van het jaar geen betaalbare accommodatie beschikbaar. Ik had een Geheimtipp voor ze. “Slaap in Leiden, Haarlem, desnoods in Almere. Of nog beter: kies voor de Veluwe, Salland of de Achterhoek. In ons land ben je van overal binnen korte tijd in Amsterdam en belangrijker: je beleeft ook nog eens een andere omgeving.”

Mijn welgemeende adviezen zullen niet heel veel zoden aan de dijk zetten. Ze brachten me wel op grootser idee. We lokken de buitenlanders voortaan door ons hele land Amsterdam te noemen in plaats van Nederland of Holland. Deventer, Zutphen, Apeldoorn, Harderwijk en alle andere plaatsen zijn wijken van de hoofdstad, vertellen we ze. De Veluwe is dan het stadspark, elke rivier de Amstel en elk glas bier of worst een Amsterdammertje.

Het is dé manier om ook in onze contreien te grabbelen in de goudmijn. En zo helpen we de Amsterdammers (zoals wij onszelf hier uiteraard nooit zullen noemen: er zijn grenzen) ook een beetje van hun ongemakken af.

Pluisje

- Advertentie -