Eind jaren 90 ging de eerste schop de grond in voor bedrijventerrein ecofactorij. de voorzitter van de coöperatie en pionier van het eerste uur dick grolleman kijkt terug op vijftien bewogen jaren. “ik had verder willen zijn”, zegt hij. Medebestuursleden aad van orden en Willard Beekman reageren onmiddellijk: “Je doet jezelf tekort als je dat zegt. kijk wat we hebben. een mooi park met een coöperatief parkmanagement dat de zaken goed op orde heeft.”

Naast Van Orden (Grondbedrijf gemeente Apeldoorn) en Beekman (Harbers Trucks) maken ook Henk van de Scheur (Hesch bv) en Willem-Jan Cramer (SILS Logistic Services) deel uit van het bestuur. Als Grolleman op 1 mei vertrekt als voorzitter, laat hij het 75 hectare grote bedrijventerrein voor driekwart gevuld achter. De Ecofactorij was één van de voorlopers op het gebied van verduurzaming en mede door het coöperatief parkmanagement is het altijd een voorbeeld voor veel bestuurders.

Eind vorige eeuw wilde de gemeente Apeldoorn vooral qua groene component een state-of-the-art grootschalig bedrijventerrein in het buitengebied. Inmiddels is deze aandacht voor groen gemeengoed, maar destijds was dat nog vrij vooruitstrevend. Bedrijven die in aanmerking wilden komen voor de Ecofactorij, mochten maximaal 70 procent van hun terrein bebouwen en bestraten; de rest moest worden ingericht met groen of water. Daarbij mikte men op volumineuze bedrijven met een kavelafname van minimaal 1,5 hectare. Verder waren er plannen voor een eigen energienetwerk en een coöperatief parkmanagement.

Gunstige vestigingslocatie
Grolleman had er wel oren naar. “Een eigen energienetwerk hield de belofte in dat we de aanleg van het netwerk binnen drie jaar konden terugverdienen. Als energiegrootgebruiker waren wij als Grolleman Coldstore geïnteresseerd en dus vestigden we ons als eerste op het nieuwe terrein. Helaas viel de belangstelling van andere partijen tegen, mede vanwege economische ontwikkelingen in relatie met de hoge ambities. Het bestemmingsplan moest destijds vooral maakbedrijven enthousiasmeren, met het oog op werkgelegenheid. Maar de maakindustrie vertrok massaal uit het land en was niet geïnteresseerd in deze relatief dure grond.” Grolleman wilde het bestemmingsplan oprekken om ook logistieke bedrijven aan te trekken, vanwege de gunstige vestigingslocatie op de hoek A50/A1. “Maar Apeldoorn was destijds gefi xeerd op werkgelegenheid en meende dat bedrijven in de logistieke sector te weinig banen boden. Dus werd deze doelgroep lange tijd geweerd.” Uiteindelijk ging de politiek overstag en vestigden zich meerdere bedrijven op de Ecofactorij. Toen diende zich echter een volgend probleem aan: opwekking van energie door verbranding van kippenmest. Dit plan stuitte op politieke weerstand en werd verder om technische redenen afgewezen bij de Raad van State. Ook ging er een streep door de vijf geplande windmolens, omdat tussentijds aangepaste wetgeving bepaalde dat er geen windmolens mochten worden geplaatst binnen een afstand van 5,1 kilometer van een vliegveld, in dit geval Teuge. Grolleman: “En dus viel het verdienmodel weg. Uiteindelijk werd een energienetwerk aangelegd en konden we tegen gunstige condities energie afnemen van TenneT. Alle bedrijven hebben nu hun eigen warmte-koudeopslag en momenteel onderzoeken we de mogelijkheden van zonnepanelen.”

Proef
Ook Van Orden en Beekman kennen de bewogen geschiedenis. Van Orden maakte als ambtenaar deel uit van het Ecofactorij- bestuur: ”De Ecofactorij was een soort proef, er was alleen een theoretisch model voor de energievoorziening. Anno 2015 hebben vijftien bedrijven een plek gevonden op de Ecofactorij en is sprake van een stabiele situatie. Beekman: “We zijn consequent aan de poort. Bedrijven die zich hier vestigen, zijn verplicht lid te worden van de coöperatie. Ze moeten zich dus conformeren aan de afspraken

“de ecofactorij was een soort proef, er was alleen een theoretisch model voor de energievoorziening.”

van de leden. Dat betekent dat ze moeten investeren in duurzaamheid en mee moeten doen met gezamenlijke initiatieven zoals collectieve beveiliging en het groenonderhoud.” Uiteraard betekent het lidmaatschap ook fi nanciële bijdrage, waarmee nieuwe projecten geïnitieerd worden. “Op dit moment kijken we of en zo ja hoe we zonnepanelen rendabel kunnen maken. Op 1 januari 2014 hebben we afscheid genomen van onze parkmanager en de taken verdeeld over het bestuur. We bekijken nu of we als bestuur het parkmanagement op ons blijven nemen of toch weer moeten uitbesteden”, vervolgt Beekman, die ook nog even het smart grid energienetwerk aantipt. “Dankzij dit smart grid krijgt elk bedrijf via een computerprogramma inzicht in zijn actuele energieverbruik. Op het moment dat het netwerk tegen een piek aanloopt, kan het gebruik tijdelijk worden teruggeschakeld, wat veel kosten bespaart. Deze methode wordt peakshaving genoemd.” De Ecofactorij is het eerste bedrijvencollectief in Nederland met een energienetwerk dat is uitgerust met een dergelijk smart grid. Terugkijkend zijn de drie bestuursleden tevreden over hoe de vlag er nu bij hangt. Van Orden: “Anderen hebben veel elementen van de Ecofactorij overgenomen. Ook nu nog krijgen we regelmatig bezoek uit het buitenland, waar men zeer geïnteresseerd is in de Ecofactorij en het bijbehorende verplichte lidmaatschap van de coöperatie. Het beeldkwaliteitsplan dat is afgestemd op het type bedrijfsvoering, de verplichte extra inspanningen die bedrijven moeten leveren op het gebied van verduurzaming, de parkmanagementorganisatie en de lagere bebouwingsgraad, waarbij je 30 procent van je terrein moet invullen met groen of water. Ook is er veel interesse voor de gedachte dat je korting op de grondprijs krijgt bij een bepaalde mate van verduurzaming. Allemaal punten waar we best trots op kunnen zijn.”

Dat geldt zeker ook voor Dick Grolleman, die zoals gezegd per 1 mei afscheid neemt als voorzitter. Hij is er echter niet de man naar om te veel achterom te kijken. “Door de moeilijke opstart ging het de eerste jaren allemaal veel te traag. Ik had al een stuk verder willen zijn. Het terrein is nog steeds niet vol en de parkachtige uitstraling kan nog beter uit de verf komen. Werk genoeg dus voor mijn opvolger.”

- Advertentie -