economen beweren het, politici bezweren het, statistici rekenen het ons voor. Heel voorzichtig breekt er een waterig zonnetje door tussen de donkere wolken die al jarenlang boven onze economie hangen. Driesteden BusINess vraagt vijf deskundigen naar hun economische weersvoorspelling. Twee bankiers, twee accountants en een fi scalist zien zonnestraaltjes, maar van een hogedrukgebied is nog geen sprake.

Welke signalen vangt u op tijdens uw contacten met ondernemers en welke conclusies verbindt u daaraan?

“Ik constateer dat ondernemers nog niet overdreven positief gestemd zijn,” reageert Edwin Roerdink als eerste. Hij is senior accountant bij BDO Accountants & Belastingadviseurs in Zutphen en noemt zichzelf een pure accountant voor het midden- en kleinbedrijf. “Toch is de stemming minder negatief aan het worden. Hoewel veel ondernemers de betere geluiden over de ontwikkeling van de economie nog niet terugzien in hun bedrijfsresultaten, overheerst de negativiteit niet langer als zij over hun vak praten. Ik denk ook dat het realistisch is om positiever te gaan denken. Voor het komende jaar verwacht ik over het algemeen een lichte groei.”

“Ik merk eveneens dat mensen moe zijn van de crisis,” zegt René Boon, fiscalist en partner van Boon accountants belastingadviseurs (Apeldoorn). “De bedrijfsmakelaars worden al enthousiaster. De verhuurtransacties hebben nog wel de overhand ten opzichte van de verkooptransacties, maar er is duidelijk sprake van meer activiteiten. Internationaal georiënteerde bedrijven lopen daarin voorop. Dat is een indicatie dat het tij aan het keren is.”

Ron Jager is directeur MKB Veluwe en Stedendriehoek bij ING. “Wat zich nu afspeelt, gebeurt in een gebruikelijke volgorde,” stelt hij vast. “In een periode van laagconjunctuur zie je steeds dezelfde stappen in de herstelfase. Eerst trekt de export aan, vervolgens neemt de industriële productie iets toe. In 2015 zul je zien dat alle sectoren weer gaan plussen. Dan treedt het algehele herstel in. Dat zal dit jaar nog niet aan de orde zijn.”

“De cijfers van de grotere internationale bedrijven zijn aan het groeien,” merkt Ed Bergsma op. Hij is bij ABN AMRO verantwoordelijk voor de dienstverlening aan het midden- en kleinbedrijf in de Stedendriehoek en aan de agrarische sector in een bredere regio. “Bij bedrijven die opereren op de lokale of de regionale markt is dat meestal nog niet het geval. Ook ik constateer een toename van vervangingsinvesteringen en bedrijfsverplaatsingen. Dat wijst erop dat er weer meer vertrouwen is in de toekomst. Maar over de hele linie staat de kredietverlening op een laag pitje, terwijl we echt wel allemaal willen.” Edwin Roerdink: “Bij ondernemers en het grote publiek is de indruk ontstaan dat banken vooral bezig zijn met hun eigen belang en niet met het algemene economische belang. Maar als accountants begrijpen wij heel goed dat banken gewoon commerciële instellingen zijn. Dat besef moet er ook komen in het maatschappelijk verkeer. Banken moeten daarom transparant zijn en uitleggen waarom ze iets wel doen en waarom ze iets niet doen.”

Ed Bergsma: “Als bedrijven er minder goed voorstaan en daardoor hun buffers nog niet hebben kunnen verhogen, dan kunnen ze ook moeilijker krediet krijgen.”

Ron Jager: “Veel bedrijven hebben nu te kampen met een uitgeholde balans. Op het moment dat het herstel intreedt en er dus een nieuwe behoefte ontstaat aan kapitaal, voldoen die bedrijven niet aan onze financieringsnormen. Dan zullen we als banken op moeten trekken met andere partijen oftewel alternatieve financieringsbronnen -om toch de groei gefinancierd te krijgen. Daar wordt een echte uitdaging.”

René Boon: “De situatie is nog kwetsbaar. Een heleboel bedrijven zijn de afgelopen jaren hun reserves kwijtgeraakt. Als fiscalist ben ik er nog steeds druk mee om betalingsregelingen te treffen. Dat zijn toch de na-ijleffecten van de crisis. Bedrijven moeten nog steeds al hun reserves aanspreken om over deze hobbel heen te komen. We zijn er nog lang niet uit. Klanten betalen nog niet op tijd, waardoor dreigt het personeel niet op tijd uitbetaald kan worden, enzovoorts, enzovoorts…”

“Bedrijven zijn weer plannen aan het maken voor de toekomst,” stelt Ron Ketelaar, accountant en partner bij Kab Accountants & Belastingadviseurs Oost. “Sommige van die ondernemingen zijn door een diep dal gegaan, maar trekken toch de stoute schoenen weer aan. Voor hen is de financiering inderdaad lastig.”

Ron Jager: “Heel voorzichtig praten ondernemers weer over personeelsuitbreiding. Ook in branches waar je dat niet verwacht. Dat is overigens nog wel een minderheid. Maar let op: Het transport en de industrie zitten qua omzet alweer boven het niveau van 2008. Daar is de dip van de crisis al meer dan goedgemaakt.” Ed Bergsma: “Zoals altijd staan de uitzendorganisaties bovenaan in de conjunctuur. Eerst herstellen de ondernemers hun fl exibele schil. Daarna gaan ze verder bouwen aan hun medewerkersbestand op grond van de plannen die ze nu aan het ontwikkelen zijn. Het groene licht is er misschien nog niet altijd, maar het positief denken is teruggekeerd.”

Een crisis zet per definitie aan tot veranderingen. Wat heeft de afgelopen periode de ondernemers vooral geleerd?
“Er zitten inderdaad ook goede kanten aan een crisis,” beaamt Ron Ketelaar. “De echte ondernemers hebben nagedacht en zijn hun koers gaan verleggen. Zij hebben zich verbreed met het ontwikkelen van nieuwe producten en andere diensten. Sommigen hebben ook letterlijk de bakens verzet. Die hebben hun kansen gepakt om zich meer te oriënteren op internationale handel. Dat is echt een tendens. Het is mijn stellige overtuiging dat ook in het midden- en kleinbedrijf het internationaal zakendoen een nog veel grotere vlucht gaat nemen.” René Boon: “De crisis heeft ondernemers inderdaad uitgedaagd om na te denken over andere activiteiten en over interessante samenwerkingsvormen. Overtollige activiteiten zijn weggesneden. Tegelijkertijd zijn de vraagstukken over opvolging nog maar even terzijde geschoven. De ondernemers die de zaak al hadden moeten overdragen, hebben er een aantal jaren aan vastgeplakt. Intussen tikt de tijd door. De opvolgingsgolf komt er nu echt aan.”

“Het is hierbij van belang dat de verwachtingen zijn bijgesteld,” vult Ron Ketelaar aan. “Aanvankelijk bleef men vasthouden aan de oude prijs en dat heeft veel transacties geremd. Inmiddels heeft men wat meer realiteitszin gekregen. Ik verwacht eveneens dat de komende tijd veel overnames tot stand zullen komen, maar dan met aangepaste prijzen.”

Ron Jager: “De echte ondernemer heeft zich gemanifesteerd met zijn onderscheidend vermogen. Neem bijvoorbeeld de bruin- en witgoedsector waar grote spelers opduiken. De succesvolle lokale ondernemer heeft zich in de kijker gespeeld door nichemarkten te bedienen en opvallende service te bieden.”

Ed Bergsma: “Ondernemen is een vak en niet iedereen verstaat dat vak. De echte ondernemer is tijdens de afgelopen jaren naar voren gekomen. Die is continu bezig om te bekijken wat er gebeurt in zijn markt en wat de positie daarin is van zijn bedrijf.”

René Boon: “In een crisis is er altijd sprake van witte raven. Oftewel bedrijven die het tegen de stroom in heel goed doen. Het automobielbedrijf met een andere aanpak; de schoonmaakorganisatie met een effi ciënter personeelsbeleid. Wat we in ieder geval geleerd hebben is het bewustzijn van de kosten. Die teugels kun je echt niet meer laten vieren. Een ondernemer moet echt bovenop zijn kostenoverzicht gaan zitten en dat wordt niet anders. De automatische piloot is geen optie meer.” Ron Ketelaar: “Bedrijven maken hun organisatie zo flexibel mogelijk, zodat ze in staat zijn om mee te bewegen met de veranderingen. De arbeidsmarkt zal daardoor veranderen. Langdurige contracten en functies die jaren bestaan, zullen steeds meer verdwijnen. Daar ben ik heilig van overtuigd.”

Waar liggen in de Stedendriehoek de specifieke kansen voor de versterking van de economie?
Ron Jager: “We zijn hier al sterk in duurzaamheid. Daar kunnen we verder op inzetten. Daarnaast denk ik tevens aan terreinen als robotisering en 3d-printing. Die terreinen staan nu nog in de kinderschoenen, maar het zijn gebieden waar het erg snel kan gaan. Daar liggen enorme kansen.” René Boon: “De Stedendriehoek heeft van oudsher een sterke positie in de innovatieve maakindustrie. Daar ligt onze kracht. Als we de verbinding weten te vinden met innovatiecentra – met name waar het gaat om creatieve veranderingen in productieprocessen – komt de maakindustrie, hoewel nooit weggeweest, weer volop in de belangstelling te staan. Soortgelijke kansen liggen er eveneens bij de ict-dienstverlening.” Ron Jager: “En vergeet de agro-sector vooral niet. Oftewel de agrarische bedrijven en de voedingsmiddelenindustrie. Die zijn sterk georiënteerd op de export en op innovatie gericht. Volgens mij is die sector sinds 2008 met twaalf procent geplust en daar valt nog veel meer uit te halen.”

- Advertentie -