Circulair ondernemen is het maken van producten en het aanbieden van diensten, zonder verspilling van grondstoffen. In de circulaire economie, ook wel kringloopeconomie genoemd, worden afvalstoffen hergebruikt en wordt energie gedeeld.

De nieuwe economie kiest andere uitgangspunten voor onder meer bezit en gebruik, financieringen en mobiliteit. In de circulaire economie is er veel aandacht voor de sociale leefomgeving. Deze ontwikkeling zal gevolgen hebben voor de inrichting van bedrijventerrein. Toevallig op de dag dat het kabinet de nota ‘Nederland circulair in 2050 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, laten vier deskundigen hun licht schijnen over mogelijke toekomstbeelden.

“De ontwikkelingen gaan in ieder geval richting bedrijventerreinen waar de productie en het energieverbruik met elkaar in balans zijn,” zegt Henk Mulder. Hij is directeur Regio Oost van ENGIE, een landelijk technisch dienstverlener, gespecialiseerd in duurzame gebiedsontwikkeling. Hij is tevens covoorzitter van de tafel ‘Energietransitie’ in de Cleantech Regio Stedendriehoek.
“Bij de inrichting van een bedrijventerrein is het belangrijk om vanuit de keten te denken. Vooraf dient de vraag gesteld te worden wat we op een bedrijventerrein willen realiseren. Hoe kunnen we er dan voor zorgen dat de transportbewegingen minimaal zijn en dat we reststromen – die we nu nog afval noemen – kunnen hergebruiken op hetzelfde bedrijventerrein? En hoe kunnen we dan regelen dat een bedrijf dat veel warmte overhoudt, vlakbij een bedrijf gevestigd is dat die warmte nodig heeft?”

De aard van bedrijvigheid gaat totaal veranderen
John Schraven is ontwerper van gedachtegoed en ontwikkelaar van innovatietrajecten. Als zelfstandig procesbegeleider ondersteunt hij trajecten op het gebied van duurzaamheid, onder andere voor de provincie Gelderland. “De aard van de bedrijvigheid gaat totaal veranderen,” zegt hij. “Die veranderingen vinden nu al plaats, maar dat hebben we nog nauwelijks in gaten. Ten eerste is de huidige sectorale indeling achterhaald. De creatieve industrie vormt bijvoorbeeld een groeiende groep. De bedrijven en bedrijfjes die daar actief in zijn, zijn nauwelijks in te delen bij bestaande sectoren. Ten tweede gaan we steeds meer richting dienstverlening en steeds meer naar een kenniseconomie. Een derde ontwikkeling is de ‘Smart Industry’. Straks kun je op je bureau producten maken. Andere ontwikkelingen zijn de groei van het aantal ZZP’ers en de toename van aankopen via internet. Op basis van al deze trends, kun je voorspellingen doen over hoe de bedrijventerreinen van de toekomst eruit gaan zien. Bij de huidige terreinen vormt het economisch mechanisme het uitgangspunt. Het gaat om goede ontsluiting, goedkope grond en de nabijheid van klanten en arbeidskrachten. In de circulaire economie wordt, naast de ecologische aspecten, ook terdege rekening gehouden met de sociale aspecten. Ik voorzie dat er hybride omgevingen ontstaan, waar industrie en samenleving veel meer dan nu het geval is met elkaar in contact komen. Omgevingen met scholen, voorzieningen, woningen en diverse soorten bedrijvigheid.”

Ondernemers die zelf het initiatief nemen
“De neiging is altijd groot om de trends die we nu waarnemen door te trekken naar de toekomst,” meent Vincent Thunnissen, strategisch adviseur economie bij de gemeente Zutphen en projectleider programmering regionale bedrijventerreinen. “Dan menen we te weten hoe de wereld er dan uit zal zien. Meestal kloppen die visioenen niet. Alleen al om de simpele reden dat dingen ook naast elkaar kunnen blijven bestaan. Mijn zoon van dertig streamt bijvoorbeeld muziek, maar tegelijkertijd heeft hij een pick-up met grammofoonplaten.
Het is geen droombeeld dat bedrijventerreinen inderdaad veranderen in omgevingen met meerdere functies. Daar komen – in wellicht een parkachtige sfeer – sportscholen, restaurants, voorzieningen voor kinderopvang enzovoorts. Dat zie je elders in Europa al. Het wordt reuze interessant als ondernemers zelf het initiatief nemen. Een goed voorbeeld is een coöperatie in Noord-Limburg, opgericht door champignontelers. Zij hebben hun positie in de keten aanzienlijk verbeterd. De coöperatie beschikt over een veiling, een verpakkingscentrum en een distributiecentrum voor alle denkbare zakjes menggroenten. Over een afstand van zo’n zeven kilometer zijn er Duitse en Nederlandse bedrijven gevestigd die actief zijn in de hele keten van teelt tot distributie.”

Focus op bestaande terreinen
Frank Geerlings is sectormanager Bedrijfsomgeving bij Oost NV. Deze ontwikkelingsmaatschappij begeleidt en ontwikkelt met vernieuwende ondernemers innovatieprojecten. Waaronder modernisering van bedrijvenparken. Hij verwacht niet dat er veel nieuwe bedrijventerreinen bij zullen komen. “Dus zullen we de focus voornamelijk moeten leggen op bestaande terreinen. Samen met TNO is Oost NV initiatiefnemer van een landelijk project om 250 bedrijventerreinen energiepositief te maken. Er zal nog wel sprake zijn van groei van logistieke terreinen. Die zullen aan de buitenkant van steden en dorpen blijven liggen. Ook voorzie ik dat er meer afzonderlijke bedrijventerreinen zullen ontstaan voor ondernemingen in de zwaardere milieucategorieën. Daarnaast verwacht ik dat bestaande terreinen veranderen in omgevingen die je straks eigenlijk geen bedrijventerreinen meer kunt noemen. Met de vorige sprekers ben ik het eens dat dit parkachtige omgevingen zullen worden, waar gewoond en gewerkt wordt. En waar kinderen naar school gaan en buiten spelen.”

Infrastructuur
Henk Mulder: “Bij nieuw aan te leggen terreinen kun je op voorhand al rekening houden met infrastructuren. Op bestaande terreinen zie je vaak dat partijen best wel genegen zijn om wat met elkaar te doen op het gebied van de uitwisseling van warmte en elektriciteit. Maar dan is de afwezigheid van infrastructuur vaak een hobbel om daar daadwerkelijk mee aan de slag te gaan. Gelukkig geldt voor veel terreinen dat er plannen zijn om daar in de nabije toekomst wat aan te gaan doen. Als die planologisch gewenste ontwikkelingen duidelijk in kaart zijn gebracht, kunnen gemeenten daar alvast een voorschot op nemen, wanneer er bijvoorbeeld een nieuwe riolering moet worden aangelegd of de bestrating moet worden vervangen. Die werkzaamheden kunnen dan gecombineerd worden met het aanleggen van een deel van de gewenste infrastructuur.”

Het eigenaarschap van gemeenten is een klassieke wetmatigheid
Vincent Thunnissen: “In de toekomst wordt de vraag urgenter wie de eigenaar van een bedrijventerrein behoort te zijn. Ik vind niet dat een gemeente per definitie eigenaar hoort te zijn. Dat is een klassieke wetmatigheid die stamt uit de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Een vanzelfsprekendheid die in mijn ogen al te lang bestaat. Ik pleitte in de jaren negentig al voor wijziging van deze rol van lokale overheden.
Zoals uit het eerder voorbeeld in Noord-Limburg blijkt, wordt het interessant als de zeggingskracht terechtkomt bij de mensen die er de meeste baten en belang bij hebben. Er zijn allerlei alternatieve modellen denkbaar, waarbij niet iedereen een even grote invloed hoeft te hebben. Een coöperatievorm lijkt me daarvoor het beste werkbaar.”

Realistisch blijven
Frank Geerlings: “Een coöperatie kan ook het beste inschatten wat echt mogelijk is. Het gaat daarbij uiteraard ook om de omvang van een bedrijventerrein en de oplossingen die daar passend bij die schaal van toepassing zijn. Op een beperkt terrein kun je geen biomassacentrale realiseren. Hetzelfde geldt voor het plaatsen van windmolens. Ik snap het streven, maar ik denk niet dat elk bedrijventerrein circulair gemaakt kan worden. Maar overal kunnen wel stappen gezet worden richting verdere verduurzaming. En dan heb ik het niet alleen over energie, maar ook over mobiliteit, snel internet en bijvoorbeeld de toegankelijkheid tot big data.

Ondernemers kijken nu nog te vaak naar wat de overheid gaat doen. In mijn opinie kunnen ze veel beter kijken naar wat ze zelf kunnen doen. In samenwerking met andere partijen. Dat hoort gewoon bij modern ondernemerschap.”

Het schaalniveau van kosten en baten
John Schraven: “In deze bespiegelingen moeten we vooral niet vergeten dat de samenleving circulair wordt. Dat is de basis en daar maken ondernemers deel van uit. Als we het hebben over kosten en baten van investeringen ten dienste van duurzaamheid, moeten we ons echt afvragen over welke kosten en basten het gaat. Hebben we het over het schaalniveau van de wereld die we aan het verpesten zijn omdat we de grondstoffen verspillen, of hebben we het over het verdienmodel van de individuele ondernemer? Wat mij betreft kunnen kosten en baten niet los gezien worden van het veel grotere maatschappelijke thema. Berekeningen krijgen daarmee een heel andere betekenis. Daarvoor hebben we andere rekenmodellen nodig. We hebben nog geen eenheid om circulariteit te meten.”

- Advertentie -