Hampshire Hotel ’t Hof van Gelre in Lochem viert dit jaar het 75-jarig jubileum. Het familiebedrijf heeft zich voortdurend aangepast aan de eisen van de tijd. Altijd gebleven is de nadruk op gastvrijheid en persoonlijke aandacht. Zakelijke gasten, recreanten en toeristen voelen zich thuis in de gemoedelijke sfeer. Het interieur van de 46 kamers, het restaurant, de ontbijtruimte, de lounge en de zalen heeft na alle verbouwingen en vernieuwingen een moderne uitstraling. Alleen de voorgevel verraadt iets over de oorsprong van het hotel.

Die oorsprong ligt bij het uiteenvallen van de Donaumonarchie. In een plaatsje, vlakbij de grens tussen Hongarije en Oostenrijk, groeide Paul Finster senior op in een boerengezin. Na de Eerste Wereldoorlog waren de omstandigheden beroerd. Veel mensen wilden weg en het beloofde land was Amerika. Dat visioen had Paul ook voor ogen toen hij met een vriend zijn geboortestreek ontvluchtte. Maar zover kwamen zij niet. Ze reisden via Nederland en troffen daar in hun ogen ideale omstandigheden aan. Mede omdat Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal was gebleven. Ze besloten om niet verder te reizen. Paul senior kwam in loondienst bij Hotel Stad Lochem en werd een van de obers in strak kostuum met handschoenen. Hij bediende de adel en Joodse mensen uit het westen van het land.

Gewiekst
Paul Finster junior kent de verhalen van de familiehistorie. “De minister-president Hendrik Colijn die nog steeds bekend is van zijn radiotoespraak met de woorden: ‘Er is voorshands geen enkele reden om daadwerkelijk ongerust te zijn’ was er een trouwe gast. Hij wilde door Paultje bediend worden. Dat was mijn vader.

Hij heeft twintig jaar in Hotel Stad Lochem gewerkt, de laatste jaren als bedrijfsleider. Toen hij te maken kreeg met een nieuwe eigenaar, wilde hij voor zichzelf beginnen. Hij greep die kans in 1942, omdat op ongeveer tweehonderd meter afstand Pension Aurora te koop stond. Mijn moeder, Caroline Hirsch, runde de eerste tijd dat bedrijf, terwijl mijn vader nog een tijdje bij zijn werkgever in dienst bleef. Hij was wel zo gewiekst om de gasten van Hotel Stad Lochem voor een volgend verblijf te wijzen op de mogelijkheden van Pension Aurora.”

Welgestelden
Finster senior betaalde 45.000 gulden voor Pension Aurora. Hij had flink gespaard, dus had hij weinig geld van de bank nodig. De accommodatie beschikte over zestien bedden die nodig aan vervanging toe waren. Het was zijn droom om er een hotel van te maken met dezelfde allure als Hotel Stad Lochem. Tijdens de oorlogsjaren en de tijd van de wederopbouw kwamen voornamelijk welgestelden uit het westen van het land logeren. Zij verbleven er twee of drie weken. Caroline runde de keuken en bereidde haar specialiteiten zoals Wiener Rostbraten en Omelet Sibérienne. Deze feestelijke ijstaart met warme kersen verschijnt anno nu overigens nog steeds op tafel als er iets te vieren valt.

Geen discussie
De naam van de accommodatie veranderde in Hotel ’t Hof van Gelre. Al het verdiende geld werd gebruikt om te investeren. Paul junior was de enige zoon van het gezin. “Na schooltijd hielp ik altijd mee in de zaak. Ik deed bijvoorbeeld boodschappen. Als een gast ’s avonds een zeetong wilde eten, dan stuurden ze mij naar de viswinkel. Het was vanzelfsprekend dat ik mijn vader op zou volgen. Daar was geen discussie over mogelijk. Ik ben naar de Hogere Hotelschool in Den Haag gegaan en na wat rondzwervingen ging ik volledig werken in het familiebedrijf. Ik was met name geïnteresseerd in de financiële beleidsvoering. Toen ik die overnam, werd mijn vader op dat onderdeel afhankelijk van mij.”

Verwennen
Tijdens een wintersportvakantie in het Oostenrijkse Westendorf ontmoette Paul junior Mieke. “Ik werkte in de keuken van het Canisiusziekenhuis in Nijmegen,” vertelt ze. “Ik vond het wel interessant dat Paul en zijn ouders een hotel hadden.

Toen ik er voor de eerste keer op bezoek kwam, had ik binnen een kwartier al een schort aan om mee te helpen. Een jaar later stonden we voor het altaar. Met altijd veel plezier verzorgde ik dagelijks het ontbijt en vervulde ik de rol van gastvrouw. Ik vond het leuk om met mensen om te gaan, om ze te verwennen. Ik was ook altijd met bloemen in de weer.”

Mammoetwet
Paul Finster volgde de wijze les van zijn vader om het verdiende geld in verbeteringen te steken. Het hotel werd uitgebreid na de aankoop van een naastgelegen pand en bijna elk jaar was er wel een verbouwing. Op de eerste verdieping kwam een zwembad en de voorgevel kreeg de karakteristieke Oostenrijkse uitstraling met rondingen, grote balkons en in de zomer plantenbakken vol met geraniums. Rob Finster, de huidige eigenaar en zoon van Paul en Mieke, vertelt dat in de jaren zestig alle officiële besprekingen over de Mammoetwet in het hotel plaatsvonden. “Je kunt dus zeggen dat de grootste onderwijsvernieuwing van de vorige eeuw in ’t Hof van Gelre is ontstaan. Later werd er een begin gemaakt met de ‘burgemeesterconferenties’. Die vinden nog steeds bij ons plaats. Zes keer per jaar mogen we telkens een ander gezelschap van veertig burgemeesters ontvangen. Bijna elke burgemeester van Nederland bezoekt één keer per jaar ‘t Hof van Gelre.”

Fietstocht
In 1991 ging Rob in het hotel werken. Twee jaar voordat zijn grootvader Paul op 91-jarige leeftijd overleed. Voor Rob was het aanvankelijk geen uitgemaakte zaak dat hij de derde generatie Finster in het bedrijf zou worden. “Ik zag van dichtbij dat mijn ouders alles over hadden voor het hotel. Ze staken er hun hele ziel en zaligheid in. Ik vroeg mij af of ik die verantwoordelijkheid aankon. Om mij te overtuigen nam mijn vader me mee naar Santiago de Campostella. In het midden van Frankrijk stapten we op de fiets voor een tocht naar Spanje die ongeveer vier weken in beslag nam.

Paul Finster: “In die maand hebben we elkaar goed leren kennen. Ik werd op een gegeven moment ziek en Rob heeft me verzorgd. Zeker ook in onze gesprekken zijn we naar elkaar toegegroeid. Toen we weer thuis waren, nam Rob de uiteindelijke beslissing om de zaak over te nemen. Met het diploma van de Middelbare Hotelschool op zak, deed hij eerst verdere ervaring op in Curaçao en bij onder meer De Keizerskroon in Apeldoorn. Huis ter Duin in Noordwijk en het Kurhaus in Scheveningen.”

Zakelijke markt versterken
Intussen was de toeristische markt aanzienlijk veranderd. Nederlanders trokken voor hun vakanties massaal naar het buitenland. In eigen land recreëren kreeg het karakter van een kort verblijf. Rob Finster speelde daar onder meer op in met arrangementen en door de Lochemse omgeving te promoten bij Belgische fietsliefhebbers. Hij verhuisde ook het restaurant naar de straatkant, omdat dat uitnodigender was. En hij voegde multifunctionele zalen toe aan het hotel voor vergaderingen, conferenties, trainingen, feestjes en partijen. Sinds 1999 is hij de eigenaar. “Wij zijn met de tijd meegegaan, terwijl we goed gastheerschap blijven koesteren. Onze gasten geven aan dat ze terugkomen voor de persoonlijke aandacht en de uitstekende keuken. Mijn passie ligt bij het gastheerschap. Ik zag in dat ik versterking nodig had om de aantrekkingskracht voor de zakelijke markt verder te verstevigen. Met alleen toeristische verblijf kan een hotel als het onze niet overleven. Er moest iets gebeuren om het voortbestaan van ’t Hof van Gelre niet in gevaar te laten komen. Inspelend op alle trends die spelen in onze markt. Dat is de reden dat ik in 2011 Arne Heitmeijer bij de zaak heb betrokken als directielid. Dat is een beslissing waar ik nog steeds heel tevreden over ben.”

Trots “Dat bleek inderdaad een verstandig besluit,” beaamt Mieke Finster. “Paul en ik kijken met trots naar alle positieve ontwikkelingen. Dat doen we van een afstand. Tot vorig jaar woonden we in een bungalow achterin de tuin van het hotel. Nu wonen we elders in een appartement. Na jaren dag en nacht met ’t Hof van Gelre bezig te zijn geweest, voelt dat als vrijheid. Al droom ik af en toe wel over de zaak. We komen er natuurlijk nog graag, maar dan proberen we ons nergens mee te bemoeien. En elke morgen, stipt om zeven uur, trekt Paul er zijn baantjes in het zwembad.

- Advertentie -